Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/475
Beslag onder klager, niet zijnde verdachte, op modeltreinen n.a.v. een EOB van Duitse autoriteiten i.v.m. waarheidsvinding. Schending eigendomsrecht?
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:604
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04275 Br
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:604, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:186, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Klager, niet zijnde verdachte, doet beklag over het o.g.v. art. 94 Sv i.v.m. de waarheidsvinding gelegd beslag op zijn modeltreinen n.a.v. een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Duitse autoriteiten. Het oordeel van de rechtbank dat de uitvoering van het EOB niet onverenigbaar is met het eigendomsrecht van klager omdat art. 17 Handvest EU en art. 1 Eerste Protocol EVRM geen absoluut recht op eigendom bevatten, is niet onjuist, noch onbegrijpelijk.
Samenvatting
Onder klager, niet zijnde verdachte, is o.g.v. art. 94 Sv beslag gelegd op een aantal modeltreinen, n.a.v. een Europees Onderzoeksbevel (EOB) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.