Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.5.2.1:3.5.2.1 Omvang van de aftrek
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.5.2.1
3.5.2.1 Omvang van de aftrek
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS300791:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin ook R. Cornelisse, De toekomst van de vennootschapsbelasting (oratie UvA), Amsterdam: Vossiuspers UvA 2001, p. 26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aftrek van een primair dividend is afhankelijk van drie grootheden: de grondslag waarover de aftrek wordt verleend, het percentage van de aftrek en de omvang van de dividenduitkering. Ter illustratie, is de grondslag 1000, het percentage 5% en de dividenduitkering 40, dan is slechts 40 aftrekbaar omdat de resterende primaire beloning van 10 niet wordt uitgekeerd.
De grondslag waarover de aftrek wordt toegepast, moet naar mijn mening bestaan uit het gehele eigen vermogen, dus inclusief de winstreserves.1 Een uitzondering voor de winstreserves is niet op zijn plaats, omdat dan twee eigen-vermogensvormen worden gecreëerd: één waarvoor wel en één waarvoor geen aftrek wordt verleend. Dat laat zich niet rijmen met de wens om de ongelijke fiscale behandeling van eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen te mitigeren.
Voor het percentage van de aftrek kan worden aangesloten bij het rentepercentage voor langlopende verplichtingen. Wat betreft de looptijd is eigen vermogen vergelijkbaar met de perpetuele lening. De perpetuele lening is echter geen gangbare vreemdvermogensvorm en daarom is een langlopende verplichting met een looptijd van bijvoorbeeld tien jaar een betere vergelijkingsmaatstaf.