Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.4.4.1:3.4.4.1 Brahn
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.4.4.1
3.4.4.1 Brahn
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644760:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze laatste opmerking kwam van Brahn, die in zijn artikel getiteld “Bijzaken” zijn maar bijzaken korte metten maakte met hetgeen Beekhuis schreef over de bijzaken. Het door Beekhuis geschetste onderscheid tussen bestanddelen en bijzaken zou immers inhouden, dat een dakpan die zonder beschadiging van het huis kon worden verwijderd een bestanddeel was, een ingemetselde machine die niet zonder ernstige beschadiging uit de fabriek kon worden gesloopt een bijzaak was en de tegels van een bad, die bij afscheiding allemaal kapot zouden kunnen gaan, weer bestanddelen waren. Brahn stelde dat het enkele feit dat iets vastzat aan een andere zaak niets zei over de kwalificatie van de zaak. Zo was een rijtjeshuis een aparte zaak, ook al zat het vast aan de huizen aan de linker- en de rechterkant. Een steen in de muur van het gebouw was een onzelfstandige zaak. Een huis en een stuk grond werden niet gezien als een juridische eenheid, als op de grond een opstalrecht was gevestigd. In deze drie voorbeelden waren de zaken letterlijk muurvast met elkaar verbonden, desondanks werd in het ene geval de zaak gezien als bestanddeel en in het andere geval als een bijzaak, aldus Brahn.