Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.3.2
5.3.2 HR 26 september 2003: verrekening van fiscale vorderingen en schulden vindt niet automatisch plaats
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS608424:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Dit arrest wordt aangehaald in Hof 's-Gravenhage 5 juni 2009, V-N 2009/53.24, handelend over fiscale bestuurdersaansprakelijkheid. De aangesproken bestuurder verweerde zich onder meer met de stelling dat de door de vennootschap af te dragen loonbelasting zou zijn verrekend met een restitutie omzetbelasting. Het Hof verwerpt deze stelling met een beroep op het onderhavige arrest van de Hoge Raad. Ook in een tweetal andere zaken over de fiscale bestuurdersaansprakelijkheid speelde dit 'verrekeningsverweer' een rol: zie rechtbank Haarlem 15 juni 2009, JOR 2009/276, AJT en rechtbank 's-Gravenhage 9 december 2009, JOR 2010/118, AJT, V-N 2010/17.23.
Zie § 5.8.1.
Dit arrest ziet niet rechtstreeks op verrekening op de voet van artikel 24 Iw 1990, maar is desondanks voor het onderhavige onderzoek van belang. Het Hof had vastgesteld dat een inhoudingsplichtige vennootschap over 1993 en 1994 in totaal een bedrag van f 29.726 aan loonbelasting had voldaan, omdat tegenover een door de vennootschap over 1992 en 1994 verschuldigd bedrag van in totaal f 30.703 een aanspraak stond van de vennootschap op een over die jaren door de fiscus terug te betalen bedrag van f 29.726. Dat oordeel van het Hof is volgens de Hoge Raad onjuist. De Hoge Raad overweegt dat de enkele omstandigheid dat de inhoudingsplichtige in een bepaalde periode zowel bedragen aan loonbelasting heeft moeten afdragen als terugbetalingen van omzetbelasting of enige andere belasting heeft mogen verwachten, in het licht van artikel 241w 1990 niet voldoende is voor het daarop baseren van de conclusie omtrent het verrekend zijn van een bepaalde belastingschuld.1 Dit arrest bevestigt dat voor verrekening op de voet van artikel 24 Iw 1990 een verrekeninghandeling is vereist. Die handeling kan alleen door de fiscus worden uitgevoerd. Hierna2 wordt nog ingegaan op de noot van De Boer bij het arrest in de BNB. Hij besteedt daarin aandacht aan de mogelijkheid van het maken van verrekeningsafspraken met de fiscus.