Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.3.1:5.3.1 Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2001 (Latiers/Ontvanger): verrelceningsplicht?
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.3.1
5.3.1 Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2001 (Latiers/Ontvanger): verrelceningsplicht?
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605989:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit arrest is reeds besproken.1 Latiers deed nog een beroep op de zesde volzin van artikel 24 lid 1 Iw 1990, waarin staat dat de ontvanger op verzoek van de belastingschuldige verplicht is te verrekenen. De rechtbank neemt in het vonnis in eerste aanleg ten aanzien van dit argument als uitgangspunt dat ten tijde van het inroepen door Latiers van de verrekening de belastingschuld van Latiers zelf nog niet was geformaliseerd. De rechtbank overweegt dat verrekening op grond van artikel 24 Iw 1990 pas mogelijk is indien de materieel verschuldigde belasting ook is geconcretiseerd in een belastingaanslag. Aangezien aan dit vereiste (nog) niet was voldaan, mocht de ontvanger het verzoek tot verrekening van Latiers volgens de rechtbank negeren. Dit oordeel van de rechtbank is in lijn met het systeem van artikel 24 Iw 1990. In appel kwam deze kwestie niet meer aan de orde.
Latiers had verder nog aangevoerd dat er geen verrekeningsbeschikking bestond, terwijl de Leidraad een dergelijke beschikking wel voorschrijft. Het Hof overweegt dat de Iw 1990 geen bijzondere eisen stelt aan de wijze waarop de beslissing tot verrekening wordt genomen; zij stelt in artikel 24 lid 8 slechts de eis dat deze wordt bekend gemaakt. Volgens het Hof kan dat derhalve ook mondeling en telefonisch gebeuren. Weliswaar is de beschikking tot verrekening in het onderhavige geval niet, zoals de Leidraad2 voorschrijft, aan Latiers bekend gemaakt door toezending van een kennisgeving, maar dat kan Latiers volgens het Hof niet baten, omdat volgens diezelfde Leidraad het achterwege blijven van de bekendmaking niet tot gevolg heeft dat de verrekening nietig is. Naar mijn mening stelt het Hof hier te lichte eisen aan de bekendmaking van de verrekening door de fiscus. De wet schrijft voor dat de verrekening onverwijld bekend wordt gemaakt. Dat heeft de ontvanger niet gedaan. Uit het feit dat uit de wetsgeschiedenis en de Leidraad zou volgen dat het achterwege laten van de bekendmaking de verrekening niet nietig maakt, doet daar niet aan af. Het gaat niet om de vraag of de verrekening nietig is, maar om de vraag of een verrekeningbeschikking al kan werken voordat die aan de belastingplichtige bekend is gemaakt. Uit de regeling voor de bestuursrechtelijke geldschulden in de vierde tranche Awb, zoals ingevoerd per 1 juli 2009, kan ook worden afgeleid dat de verrekeningsbeschikking pas effect heeft vanaf het moment van de bekendmaking.3