Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/10.3.2
10.3.2 Na afloop faillissement herleeft de bewaarplicht
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180205:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 162 lid 2 Fw, artikel 193 lid 3 Fw en artikel 137f j° artikel 193 lid 3 Fw. Hoewel de Faillissementswet dit niet bepaalt voor het faillissement dat wordt opgeheven bij gebrek aan baten ex artikel 16 Fw, zie ik niet in waarom dit niet ook zou gelden bij deze wijze van beëindiging van een faillissement.
Rechtbank Noord-Holland 17 september 2018, r.o. 4.8 en 4.9, ECLI:NL:RBNHO:2018:10076, JOR 2018/315, m.nt. C.M. Harmsen.
De Faillissementswet legt aan de curator de verplichting op om – kort gezegd – de administratie te retourneren aan de schuldenaar. Wanneer de rechtspersoon- schuldenaar geen bestuurders meer heeft, zal de curator zich (moeten) wenden tot de voormalig bestuurder.
Dat de curator de administratie onder zich moet nemen en houden gedurende het faillissement kan worden gezien als een tijdelijke maatregel ten behoeve van de afwikkeling van het faillissement. Aan het einde van het faillissement is de curator gehouden om de door hem onder zich genomen administratie terug te geven aan de administratieplichtige schuldenaar (of diens (voormalig) bestuurder).1
Na het einde van het faillissement is de curator verplicht om de door hem in de boedel aangetroffen administratie weer terug te geven aan de administratieplichtige schuldenaar. De voorzieningenrechter in de Rechtbank Noord-Holland overwoog in dit kader dat artikel 193 lid 3 Fw, op grond waarvan de curator na het einde van het faillissement wegens het verbindend worden van de slotuitdelingslijst de boeken en papieren die hij in de boedel had aangetroffen weer tegen behoorlijk bewijs aan de schuldenaar afgeeft, alleen van toepassing is voor een gefailleerde natuurlijk persoon en niet voor een gefailleerde rechtspersoon.2 Op grond van dit onjuiste onderscheid overwoog de voorzieningenrechter vervolgens dat de curator de administratie niet hoeft terug te geven aan de schuldenaar indien hij redenen heeft aan te nemen dat die administratie bij de bestuurder als bewaarder niet in goede handen is. Voor een dergelijke uitleg van de tijdelijke uitvoering van de bewaarplicht door de curator is in de wet of parlementaire geschiedenis geen enkel aanknopingspunt te vinden. De verplichting de administratie aan het einde van het faillissement te retourneren geldt ongeacht de rechtsvorm of hoedanigheid van de gefailleerde.
De (voormalig3) bestuurder die na afloop van het faillissement van de administratieplichtige schuldenaar de administratie van de curator retour ontvangt, is gehouden deze gedurende de nog resterende duur van de wettelijke bewaartermijn van zeven jaar te bewaren. Indien de behandeling van het faillissement van de schuldenaar langer dan zeven jaar heeft geduurd, zal de wettelijke bewaartermijn na het einde van het faillissement voor alle tot de administratie behorende documenten zijn verstreken. Dat betekent dat voor de bestuurder voor die documenten dan geen resterende bewaarplicht meer bestaat.