Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493419:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige onderdeel heb ik vooral vastgesteld welk(e) type(n) materiaal in Straatsburg nemo tenetur-bescherming heeft (hebben). Los van schending van art. 3 EVRM, betreft dit materiaal met ‘verklarende’ waarde (in de strikte uitleg van nemo tenetur c.q. de verklaringsvrijheid) dan wel (ook) ‘real evidence’ zonder verklarende waarde (in de ruime uitleg van het recht tegen gedwongen zelfbelasting als ‘due process’-waarborg). Op zichzelf is hiermee nog niets gezegd over de invulling door het EHRM van de toepasselijkheidscriteria ‘dwang’, ‘zelfbelasting’ en ‘strafcontext’. Deze criteria bepalen niet alleen het toepassingsbereik van het zwijgrecht, maar ook dat van het niet-meewerkrecht. In § 7.4.2 zal ik toelichten dat de uitleg van de toepasselijkheidscriteria ‘zelfbelasting’ en ‘strafcontext’ niet verschilt naar gelang het type bewijs dat wordt verkregen (verklaringen, materiaal) en in § 7.4.3 dat voor de toepasselijkheid van het niet-meewerkrecht (aanmerkelijk) meer dan geringe dwang is vereist dan gewoonlijk nodig is om de typen van wilsonafhankelijk materiaal uit het Saunders-arrest te verkrijgen.