Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.3.1
18.3.3.1 Zwijgrecht
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493447:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer HR 8 januari 1980, NJ 1980, 202 (m.nt. Van Veen) en HR 3 maart 1981, NJ 1981, 383. Zie hierover nader Corstens 2014, onderdeel X.4, en Mevis/Boksem, onderdeel 20.6.3.
HR 13 mei 1997, NJ 1998, 152 (m.nt. Schalken).
HR 19 februari 2013, NJ 2013/308 (m.nt. Keulen), r.o. 2.4.3. Zie in dit verband ook § 10.4.2 hiervoor, betreffende de relatie tussen schending van art. 6 EVRM en bewijsuitsluiting uit hoofde daarvan.
In deze zin: Corstens 2014, onderdeel X.4 (betreffende het pressieverbod).
Zie voor wat betreft ‘improper compulsion’ bij niet-juridische sanctiedreiging § 9.5.1 hiervoor.
Mevis/Boksem, onderdeel 20.6.2.
A-G Knigge, conclusie bij HR 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1013, pt. 5.3 e.v. (met verwijzing naar HR 3 juni 1997, NJ 1997, 584).
Zie nader Corstens 2014, p. 775 e.v., met verwijzing naar onder meer EHRM 8 februari 1996 (John Murray t. Verenigd Koninkrijk), NJ 1996, 725 (m.nt. Knigge). Dit arrest kwam ter sprake in § 4.2.2 hiervoor.
Het afdwingen door de verhorende ambtenaar van een verklaring van de verdachte in weerwil van diens beroep op het strafrechtelijk zwijgrecht in art. 29, lid 1 Sv, zal, uitgaande van ongeoorloofde pressie, tot gevolg hebben dat de zo verkregen verklaringen op grond van art. 359a Sv worden uitgesloten voor het bewijs. Dit is vaste jurisprudentie.1 In heel ernstige gevallen valt ook te denken aan niet-ontvankelijkheid van het OM.2
Relatie met (schending van) het EVRM-zwijgrecht
Omdat het toepassingsbereik van het strafrechtelijk zwijgrecht in de fiscaal strafvorderlijke sfeer min of meer samenvalt met dat van het EVRM-zwijgrecht, lijkt de aanvullende werking van dit laatste recht in fiscale strafzaken, zo die er al is, gering. Zie ik het goed, dan volgt uit het arrest van de strafkamer van 19 februari 2013, nr. 11/03711 (betreffende rechtsregels voor de toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsgevolg van vormverzuimen als bedoeld in art. 359a Sv), dat de toepassing van art. 359a Sv in belangrijke mate wordt bepaald door de jurisprudentie van het EHRM en de ruimte om af te zien van bewijsuitsluiting van verklaringen die in strijd met art. 6 EVRM zijn verkregen zodoende (zeer) beperkt is.3
Pressieverbod en ‘improper compulsion’ zijn betrekkelijk vage normen
Blijft staan dat de precieze verhouding tussen het strafrechtelijk zwijgrecht en het EVRM-zwijgrecht, respectievelijk de (bewijsgevolgen van) schending van deze rechten, niet nauwkeurig is vast te stellen. Zowel het pressieverbod als ‘improper compulsion’ in de zin van de Straatsburgse rechtspraak zijn betrekkelijk vage normen4, die bovendien verschillend worden ingevuld.5 Zo lijkt een verschil met het pressieverbod dat het EHRM bij de vaststelling of sprake is van ‘improper compulsion’ wel rekening lijkt te houden met wettelijk toelaatbare dwangmiddelen zoals inverzekeringstelling, terwijl dergelijke dwangmiddelen (bij correcte toepassing) niet meewegen bij de vaststelling of het pressieverbod van art. 29 Sv is geschonden.6
Het trekken van (bewijs)gevolgen uit het zwijgen van de verdachte
De strafkamer van de HR heeft in het kader van het zwijgrecht overwogen dat de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in art. 29, lid 1 Sv, niet tot het bewijs kan bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, dat niet in zijn overwegingen betreffende het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken.7 Deze benadering is verenigbaar met de rechtspraak van het EHRM.8