Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.1.2:3.1.2 Opzet van het hoofdstuk
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.1.2
3.1.2 Opzet van het hoofdstuk
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS501125:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 3.2 van dit hoofdstuk bespreek ik het fundamentele onderscheid tussen aan de ene kant de Leistungskondiktion, de vordering tot terugbetaling wanneer een prestatie is verricht, en aan de andere kant de Nichtleistungskondiktion, de vordering tot terugbetaling in overige gevallen. In paragraaf 3.3 besteed ik uitvoerig aandacht aan het begrip Leistung, omdat voor het Nederlandse recht een vergelijkbaar begrip is verdedigd voor zowel het oude als het nieuwe recht. Ook ga ik in op het begrip rechtsgrond dat hoort bij het begrip Leistung.
De Nichtleistungskondiktion wordt in paragraaf 3.4 behandeld. Deze vordering is om meerdere redenen van belang. In meerpartijenverhoudingen volgt uit de regels over de omvang van Leistungskondiktion dat degene die zonder rechtsgrond een Leistung heeft ontvangen soms niets hoeft terug te geven. Degene die heeft gepresteerd heeft of is verarmd, kan dan soms een Nichtleistungskondiktion instellen tegen een derde. De Nichtleistungskondiktion is verder van belang in gevallen waarin een inbreuk wordt gemaakt op bepaalde exclusieve rechtsposities, zoals het geval is bij natrekking.
In paragraaf 3.5 wordt ingegaan op de inhoud van de Leistungskondiktion, dat wil zeggen, op de omvang van de aanspraak die voortvloeit uit §812. In de Duitse literatuur is door enkele auteurs een benadering ontwikkeld ten aanzien van de omvang van de verplichting tot teruggave, die volgens mij ook navolging verdient voor het Nederlandse recht.
kom hier terug op het begrip Leistung, omdat in meerpartijenverhoudingen wenselijke uitkomsten mede aan de hand van het Leistungsbegrip zouden moeten worden bereikt. Het blijkt echter dat het Leistungsbegrip ook tekortkomingen heeft, vooral in meerpartijenverhoudingen. Ik sluit mij aan bij de kritiek op een subjectief betalingsbegrip (zoals het Leistungsbegrip) en bespreek daarom ook enkele minderheidsopvattingen, die volgens mij ook voor het Nederlandse recht van belang zijn.
In paragraaf 3.7 en paragraaf 3.8 behandel ik enkele bijzondere meerpartijenverhoudingen, die ook in de hoofdstukken over Nederlands recht worden besproken. In paragraaf 3.7 staan prestaties centraal die in opdracht worden verricht (Anweisungsleistungen), terwijl in paragraaf 3.8 de overige meerpartijenverhoudingen worden besproken. In paragraaf 3.9 ga ik in op de subsidiariteit van de Nichtleistungskondiktion, omdat een vergelijkbare discussie in de Nederlandse literatuur is gevoerd. In paragraaf 3.10 besluit ik met een samenvatting en enkele conclusies.