Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.3.2.3:3.5.3.2.3 RULPA 1985
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.3.2.3
3.5.3.2.3 RULPA 1985
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort , datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS442495:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals blijkt uit de in 3.5.3.1.3 opgenomen tekst van de nieuwe formulering van art. 303 in RULPA 1985 is uit deze bepaling de ‘substantially the same’-test geëlimineerd. Daarmee is de in de literatuur bekritiseerde differentiatie die RULPA 1976 had geïntroduceerd weer uit de wet verdwenen:1 in RULPA 1985 is de bedrijvige limited partner bij welke overtreding van het bestuursverbod dan ook slechts aansprakelijk (1) jegens de derde die met hem heeft gehandeld, en dan nog uitsluitend (2) wanneer deze derde erop heeft vertrouwd, en er gelet op het gedrag van de limited partner ook redelijkerwijze op heeft mogen vertrouwen, dat laatstbedoelde de general partner was.2 Indien de derde bij het verrichten van de rechtshandeling met de limited partnership geen wetenschap had van de bestuursparticipatie door de limited partner blijft deze overtreding, in afwijking van de regeling van RULPA 1976, zonder gevolgen.