Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.7.3:4.7.3 Artikel 2:403 lid 1 sub f BW geef geen standaardtekst maar stelt minimumvoorwaarden
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.7.3
4.7.3 Artikel 2:403 lid 1 sub f BW geef geen standaardtekst maar stelt minimumvoorwaarden
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648715:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A-G E.M. Wesseling-van Gent, PHR 29 maart 2002, JOR 2002/136, NJ 2002, 447, par. 2.22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 2:403 lid 1 sub f BW stelt minimumvoorwaarden aan een 403-verklaring. Dit houdt in dat een 403-verklaring genereuzer mag zijn jegens schuldeisers dan wordt voorgeschreven maar een 403-verklaring mag schuldeisers niet in een positie brengen die beperkter is dan de positie die op basis van artikel 2:403 lid 1 sub f BW verdedigbaar is. Dit houdt verband met de gedachte achter de 403-verklaring dat schuldeisers een passende compensatie dient te worden geboden voor het gebrek aan inzicht in de jaarstukken van de vrijgestelde rechtspersoon. De consoliderende rechtspersoon mag aan de compenserende waarborg die de wetgever in dit kader voorschrijft geen afbreuk doen.
Aangezien een 403-verklaring wordt afgegeven in het belang van de schuldeisers is een tekst die de schuldeisers een ruimere bescherming geeft dan artikel 2:403 BW voorschrijft wel toegestaan. Zo heeft A-G Wesseling-van Gent overwogen:1
“Wil de aansprakelijkstelling tot de in art. 2:403 BW bedoelde vrijstelling leiden dan zal zij een aansprakelijkstelling voor de schulden als bedoeld in art. 403 lid 1 onder f moeten inhouden. Een uitgebreidere aansprakelijkstelling is mogelijk, bijvoorbeeld voor schulden die niet uit rechtshandelingen voortvloeien.”
Echter, een consoliderende rechtspersoon zal niet snel vrijwillig tot een ruimere bescherming overgaan. Dit gaat ten koste van haar eigen positie en is niet in haar belang.