De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/11.6.2:11.6.2 Bedrijf als klager
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/11.6.2
11.6.2 Bedrijf als klager
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385868:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de hiervoor aangehaalde rechtspraak waren de klagers steeds natuurlijke personen. Hun woning omvatte ook hun werkadres. Toen Franse vennootschappen die ervan verdacht werden deel te nemen aan illegale activiteiten klaagden over schending van hun recht op privacy, meer specifiek op het recht op onschendbaarheid van de woning, stelde de Franse regering dat bedrijfsterreinen van een rechtspersoon minder bescherming genieten dan bedrijfsterreinen van een natuurlijk persoon. Het EHRM oordeelde daarop dat de tijd is aangebroken om in bepaalde omstandigheden art. 8 EVRM zo te lezen dat ook het recht op onschendbaarheid van het geregistreerde kantoor, filialen of andere bedrijventerreinen van een bedrijf eronder valt.1 Het EHRM laat verder open of er onderscheid gemaakt mag/moet worden tussen natuurlijke personen en vennootschapen wat het beschermingsniveau betreft:
‘That being so, even supposing that the entitlement to interfere may be more far-reaching where the business premises of a juristic person are concerned (…), the Court considers, having regard to the manner of proceeding outlined above, that the impugned operations in the competition field cannot be regarded as strictly proportionate to the legitimate aims pursued (…).’2