RO 2011/41
Bestuurdersaansprakelijkheid. Matiging. Leidt de wijze van afwikkeling van het faillissement tot matiging van de aansprakelijkheid van de bestuurder? (Veerman q.q./A)
Rb. Amsterdam 13-10-2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7834
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
13 oktober 2010
- Magistraten
Mrs. A.W.H. Vink, K.A. Brunner, M.M. Korsten-Krijnen
- Zaaknummer
203661 / HA ZA 00-2102
- LJN
BP7834
- JCDI
JCDI:ADS908538:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7834, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 13‑10‑2010
- Wetingang
BW art. 2:248
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Matiging.
Leidt de wijze van afwikkeling van het faillissement tot matiging van de aansprakelijkheid van de bestuurder?
Samenvatting
Bij tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 mei 2003 is A als bestuurder van de failliete vennootschap S&D Oil Trading B.V. (‘Trading’) hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het tekort in het faillissement van Trading. In onderhavige zaak geeft de rechtbank haar oordeel omtrent de omvang van het tekort en gaat zij in op het door A opgeworpen verzoek tot matiging als bedoeld in art 2:248 lid 4 BW. A stelt hiertoe dat het bedrag waarvoor zij aansprakelijk is, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.