De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.2.7:5.2.7 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.2.7
5.2.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387359:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om te kunnen spreken van een “raad van toezicht” is van belang dat sprake is van een orgaan van de stichting dat een interne toezichthoudende taak heeft. Een “orgaan” heeft beslissingsbevoegdheid op een bepaald terrein, dat wil zeggen: de bevoegdheid, toegekend op grond van de wet of de statuten, om besluiten te nemen op het gebied van de toebedeelde taken. Voorbeelden van dergelijke beslissingsbevoegdheden zijn: de bevoegdheid om een bepaald bestuursbesluit goed te keuren of de bevoegdheid om bestuurders te benoemen of te schorsen.
Bovendien is voor de kwalificatie “raad van toezicht” relevant of en hoe de statuten aanwijzing of benoeming de leden van het orgaan regelen. Leden van de raad van toezicht dienen als zodanig in de statuten aangewezen of benoemd te worden door degene die daartoe volgens de statuten bevoegd is. Deze aanwijzing of benoeming moet bovendien worden aanvaard. Een orgaan van een andere rechtspersoon of een instantie kan naar mijn mening niet qualitate qua raad van toezicht van een stichting zijn.
Boek 2 BW bevat geen regels ten aanzien van benoeming en ontslag van leden van de raad van toezicht. Aangezien niet vastligt door welk orgaan of welke instantie leden van de raad van toezicht benoemd worden, wordt door de wetgever terecht flexibiliteit geboden bij het in de statuten nader invullen van het bestuur-en-toezichtmodel. Niet altijd is duidelijk of voor de hand liggend wie de benoemende instantie zou moeten zijn. Er is immers geen algemene vergadering of een met de algemene vergadering vergelijkbaar orgaan en stichtingen kennen uiteenlopende verschijningsvormen met verschillende soorten belanghebbenden. Ik meen echter dat als randvoorwaarde in de wet vastgelegd zou moeten worden dat leden van de raad van toezicht niet kunnen worden benoemd door bestuurders.
Het Wetsvoorstel btrp neemt als uitgangspunt dat een stichtingsorgaan een raad van toezicht is (raad van commissarissen is de benaming die het Wetsvoorstel btrp gebruikt) als het orgaan als taak heeft toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken binnen de stichting. De taak van een stichtingsorgaan blijkt mijns inziens niet alleen uit de formele taakomschrijving maar ook uit de statutair aan dat orgaan toegekende bevoegdheden.
Voor de kwalificatie “raad van toezicht” is van belang dat het orgaan als taak heeft om integraal en permanent (het hele jaar door) toezicht te houden, dus toezicht in de volle breedte. Organen die slechts toezicht houden op een bepaald deelaspect (zoals de financiën), slechts toezicht houden voor een bepaalde periode, slechts toezicht houden vanuit een bepaald (beperkt) perspectief of slechts achteraf toezicht houden (zoals een visitatiecommissie) kwalificeren mijns inziens niet als raad van toezicht (raad van commissarissen in de zin van het Wetsvoorstel btrp). Het Wetsvoorstel btrp maakt duidelijk dat, indien er bij een rechtspersoon meerdere toezichthoudende organen zijn ingesteld die elk toezicht houden op een specifiek onderdeel van het beleid, deze organen niet elk (voor een deel) als raad van toezicht kunnen worden beschouwd.
Het Wetsvoorstel btrp regelt mijns inziens terecht dat slechts natuurlijke personen lid van de raad van toezicht kunnen zijn. De aard en inhoud van de toezichthoudende taak vragen naar mijn mening om een persoonlijke invulling. Bijkomend praktisch argument is dat regels ter bevordering van een optimale samenstelling, geschiktheid en onafhankelijkheid slechts werken als natuurlijke personen als leden van de raad van toezicht worden benoemd. Als de desbetreffende bepaling uit het Wetsvoorstel btrp wet wordt, blijft het naar mijn mening niettemin mogelijk dat rechtspersonen een bepaalde vorm van controle (een beperkter soort toezicht) uitoefenen binnen de stichting.