Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.7
8.7. Wet collectieve afwikkeling massaschade
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581186:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 23 juni 2005, Stb. 2005, 340. Directe aanleiding voor de invoering van de WCAM is de Des-problematiek. Na onderhandelingen tussen het Des-centrum en de farmaceutische industrie en hun verzekeraars is er ten behoeve van de Des-dochters een bedrag van 38 miljoen euro in een fonds gestort. Het wetsvoorstel inzake de WCAM heeft het mogelijk gemaakt dat de overeenkomst die voorziet in de verdeling van dit bedrag onder de Des-dochters door de rechter verbindend kon worden verklaard. Zie over het wetsvoorstel collectieve afwikkeling massaschade ook Van Mierlo e.a. 2005.
Hof Amsterdam 1 juni 2006, NJ 2006, 461, LJN: AX6440(DES); Hof Amsterdam 25 januari 2007, NJ 2007, 427, LJN: AZ7033(Dexia).
Genoemde zaken stonden bij de afsluiting van dit boek nog op de rol van het Hof Amsterdam.
Onder personen aan wie de schade is veroorzaakt, worden mede begrepen personen die een vordering ter zake van deze schade onder algemene of bijzondere titel hebben verkregen.
Kamerstukken II 2003/04, 29 414, nr. 3, p. 4 (MvT).
BR 13 oktober 2006, NJ 2008, 527(Stichting Vie d'OrNerzekeringslcamer); NJ 2008, 528 (Stichting Vie d'Or/Accountants) en NJ 2008, 529 m.nt. C.C. van Dam (Stichting Vie d'Or/Actuaris). Zie Tzankova 2007a, p. 157; Croiset van Uchelen 2007, p. 127.
Zie in deze zin Tzankova 2007a, p. 157.
Brief van de Minister van Justitie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 23 oktober 2008 (Evaluatie van de Wet collectieve afwikkeling massaschade).
De in 2005 in werking getreden Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM) is neergelegd in de artikelen 7:907-7:910 BW en de artikelen 1013-1018 Rv. Deze wet maakt het mogelijk dat de rechter een schikking die is overeengekomen tussen de veroorzakers van de schade en de organisatie die de belangen van slachtoffers behartigt, op verzoek van de partijen die de overeenkomst hebben gesloten, verbindend verklaart voor personen aan wie de schade is veroorzaakt.1 Met behulp van de WCAM zijn inmiddels meerdere zaken betreffende massaschade afgerond. De DES-zaak (lichamelijke aandoeningen bij de dochters van DES-gebruikers) en de Dexia-zaak (omvangrijke schulden als gevolg van het beleggen met geleend geld) met schikkingen van respectievelijk 38 miljoen en 1 miljard.2 De zaken van Shell (schadevergoeding voor aandeelhouders voor daling van de koers als gevolg van verkeerde opgave olie- en gasreserves), Vie d'Or (faillissement levensverzekeraar) en Vedior (compensatie voor gedupeerde Vedior-aandeelhouders voor de geleden schade na het vroegtijdig uitlekken van de overname van uitzendconcern Vedior door Randstad) kunnen daar naar verwachting binnenkort aan worden toegevoegd.3
Op grond van artikel 7:907 lid 1 BW kan een overeenkomst strekkende tot vergoeding van schade die is veroorzaakt door een gebeurtenis of gelijksoortige gebeurtenissen, gesloten door een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met één of meer andere partijen, die zich bij deze overeenkomst hebben verbonden tot vergoeding van deze schade, door de rechter op gezamenlijk verzoek van de partijen die de overeenkomst hebben gesloten verbindend worden verklaard voor personen aan wie de schade is veroorzaakt, mits de stichting of vereniging de belangen van deze personen ingevolge haar statuten behartigt.4
Op grond van artikel 7:908 lid 1 BW heeft de overeenkomst, op het moment dat het verzoek tot verbindendverklaring onherroepelijk is toegewezen, tussen partijen en de gerechtigden tot een vergoeding de gevolgen van een vaststellingsovereenkomst waarbij ieder der gerechtigden als partij geldt. De gelaedeerden krijgen daarmee, zonder te procederen, recht op de schadevergoeding die is overeengekomen tussen de veroorzaker van de schade en organisatie die de belangen van slachtoffers behartigt. De gelaedeerden verliezen in beginsel de mogelijkheid zelf nog schadevergoeding te vorderen. Een dergelijke afwikkeling heeft voor de veroorzakers van de schade het voordeel dat zij niet betrokken worden in een veelheid van procedures en dat zij met zo'n overeenkomst in belangrijke mate zekerheid verkrijgen over hun financiële verplichtingen. Voor slachtoffers heeft deze afwikkeling het voordeel dat zij zonder langdurige juridische procedures binnen korte tijd en op eenvoudige wijze de schade vergoed krijgen.
Zoals gezegd verliezen de gelaedeerden 'in beginsel' de mogelijkheid zelf nog schadevergoeding te vorderen. Er zijn dus uitzonderingen. Dit hangt samen met het in artikel 17 van de Grondwet neergelegde recht op toegang tot de rechter en artikel 6 EVRM, waarin is neergelegd dat een ieder bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld.5 In het tweede lid van artikel 7:908 BW is bepaald dat de verbindendverklaring geen gevolg heeft ten aanzien van een gerechtigde tot een vergoeding die binnen een door de rechter te bepalen termijn van ten minste drie maanden na de in artikel 1017 lid 3 Rv bedoelde aankondiging van de beschikking door een schriftelijke mededeling aan de in de overeenkomst aangewezen persoon heeft laten weten niet gebonden te willen zijn (de zogenaamde opt-out mogelijkheid voor benadeelden die zich niet aan de overeenkomst wensen te binden). Voor de gerechtigde tot een vergoeding die bij de in artikel 1017 lid 3 Rv bedoelde aankondiging van de beschikking niet met zijn schade bekend kon zijn, heeft een verbindendverklaring geen gevolg indien hij na het bekend worden van zijn schade door een schriftelijke mededeling aan de in de overeenkomst aangewezen persoon heeft laten weten niet gebonden te willen zijn. Een partij die zich bij de overeenkomst heeft verbonden tot vergoeding van schade kan een gerechtigde tot een vergoeding als bedoeld in de voorgaande zin schriftelijk een termijn van ten minste zes maanden stellen waarbinnen deze kan laten weten niet gebonden te willen zijn.
De Nederlandse Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade vormt bij schikkingsonderhandelingen een onvoldoende stok achter de deur. Om te profiteren van de WCAM is vereist dat veroorzakers van de strooischade eerst overeenstemming bereiken met een organisatie van gedupeerden over de schadevergoeding. Dit is een essentieel verschil met de Amerikaanse class action, waar medewerking van de schadeveroorzaker niet is vereist. De WCAM zal daardoor voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht niet de waarde hebben die een class action of een collectieve actie ter verkrijging van schadevergoeding wel kan hebben. De schadeveroorzaker die inbreuk heeft gemaakt op het mededingingsrecht, zal pas bereid zijn een overeenkomst te sluiten in de zin van de WCAM indien er een reële mogelijkheid bestaat dat de laedens in een civiele procedure zal worden veroordeeld tot het betalen van een aanzienlijk bedrag aan schadevergoeding in combinatie met aanzienlijke proceskosten. Met andere woorden; de laedens moet iets te verliezen hebben alvorens tot een overeenkomst met de gelaedeerden te willen komen.
De zogenaamde Vie d'Or-methode, die inhoudt dat verklaringen voor recht worden toegestaan ten aanzien van verschillende onderdelen voor aansprakelijkheid in een representatief aantal zorgvuldig geselecteerde subgroepen die als proefgevallen kunnen worden gezien, zou wel enige invloed op een mogelijke schikking kunnen hebben.6 Door een procedure te voeren op naam van een aantal zorgvuldig geselecteerde personen die representatief zijn voor de diverse schadegevallen, kan worden bereikt dat er duidelijkheid wordt gegeven over de relevante feitelijke en juridische vragen die aan een schikking in de weg kunnen staan. Er blijft nog voldoende ruimte over om een buitengerechtelijke schikking aantrekkelijker te maken dan de mogelijkheid voor individuen om alles uit te procederen.7
Nu het in mededingingszaken veelal gaat om het tweede type strooischade (§ 8.2.2), zal de Vied'Or-methode toch niet succesvol zijn als gevolg van de rationele desinteresse van benadeelden. Zolang het — nu de proceskosten niet opwegen tegen de relatief geringe opbrengst — voor individuele consumenten niet de moeite waard is om te gaan procederen, heeft de laedens juridisch gezien weinig reden om met een belangengroepering van gelaedeerden tot een schikking te komen. Zelfs bij het eerste type strooischade (§ 8.2.2) zullen de kosten voor de benadeelden om individueel verder te procederen (na een reeds beschikbare verklaring voor recht) te hoog kunnen zijn in verhouding met de te verwachten opbrengsten.
Ter vergroting van de onderhandelingsbereidheid en ter ondersteuning van de totstandkoming van een collectieve schikking overweegt Minister van Justitie Hirsch Ballin de invoering van een preprocessuele comparitie en de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in de WCAM.8 De rechter kan de partijen tijdens een preprocessuele comparitie assisteren bij de formulering van de belangrijkste geschilpunten en hen vervolgens stimuleren al dan niet via de inschakeling van een bemiddelaar tot overeenstemming te komen. Een 'onwillige' partij zou volgens de Minister van Justitie met tussenkomst van de rechter mogelijk eerder bereid zijn over een schikking te praten. Aan een spoedig antwoord op een belangrijke rechtsvraag lijkt volgens de Minister van Justitie juist bij massavorderingen nadrukkelijk behoefte te bestaan en daarom overweegt hij de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad allereerst voor massavorderingen in te voeren. De bereidheid van partijen om (in een vroeger stadium) te onderhandelen en te komen tot een schikking zou daarmee vergroot worden. Hoewel de invoering van een preprocessuele comparitie en de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een collectieve schikking, zal de invoering van deze voorstellen het probleem van de rationele desinteresse bij de benadeelden niet oplossen.