De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer
Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/1.3.3:1.3.3 Opzet
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/1.3.3
1.3.3 Opzet
Documentgegevens:
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855293:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek gaat over het verbintenisrechtelijke beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant ten aanzien van drie thema’s: loon (hoofdstuk 2), aansprakelijkheid (hoofdstuk 3) en opzegging (hoofdstuk 4). Dit beschermingsniveau wordt achtereenvolgens en aan de hand van dezelfde opbouw per thema behandeld. In algemene zin bekijk ik eerst wat de regeling inzake de opdracht te bieden heeft. Daarna bezie ik of bepaalde bijzondere rechtsregels van toepassing zijn verklaard op de overeenkomst van opdracht. Vervolgens bespreek ik de (open) normen die uit het algemene verbintenissenrecht voortvloeien. Dan volgt een analyse van de bepalingen die op dat terrein gelden voor de werknemer. Daar waar relevant (voor de invulling van de open verbintenisrechtelijke normen) voer ik deze analyse ook uit met betrekking tot de aannemer, de handelsagent en de huurder van een woon- en bedrijfsruimte. Hierbij beproef ik of voor het verbintenisrechtelijke beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant, aanknopingspunten kunnen worden ontdekt in zowel de ratio van de bepalingen die gelden voor de werknemer, aannemer, handelsagent en huurder als de manier waarop voor deze groepen bescherming is vormgegeven. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een schematisch overzicht van het beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant en een conclusie.
In het afrondende hoofdstuk (hoofdstuk 5) kom ik tot de volgende conclusies. Het aanvullende verbintenisrechtelijke beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant ten aanzien van de thema’s loon, aansprakelijkheid en opzegging kwalificeer ik als ‘gemiddeld’; de opdrachtnemer aan de onderkant heeft op deze thema’s – zowel individueel als in onderling verband bezien – meer bescherming dan de ‘standaard-opdrachtnemer’, maar minder dan de werknemer. De opdrachtnemer aan de onderkant geniet structurele bescherming als hij in een (individuele of collectieve) kwetsbare positie verkeert, wat per thema kan verschillen en ook per thema moet worden vastgesteld. Als hij niet structureel wordt beschermd, kunnen de open normen van het verbintenissenrecht corrigerend werken en hem alsnog incidentele bescherming bieden indien hij in het concrete geval toch een beschermenswaardige positie inneemt. Het feit blijft dat alleen een ongelijkwaardige verhouding tussen partijen ten nadele van de opdrachtnemer aan de onderkant, niet per definitie resulteert in bescherming. Al met al is het verbintenissenrecht een dynamisch rechtsgebied, dat binnen de huidige kaders de opdrachtnemer aan de onderkant (een zekere vorm van) bescherming kan bieden ten aanzien van de thema’s loon, aansprakelijkheid en opzegging, zij het dat er wel een aantal fundamentele knelpunten (lijken te) bestaan.