Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.1
5.1 Inleiding
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675720:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Reijneveld 2020b, p. 31, waarin telefoons, kopieer- en MRI-apparaten worden genoemd als voorbeelden.
Zie uitgebreid Reijneveld 2019a en Verstijlen 2018. Zie ook Rb. Midden-Nederland 26 maart 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1107, r.o. 3.7.
In de Engelse faillissementsprocedure van een onderneming uit de Lehman-Group werd zelfs becijferd dat de curatoren £ 40 000 per maand kwijt waren aan de inwilliging van inzageverzoeken: EWHC (Chancery Division) 8 augustus 2013, 2485 (Southern Pacific Personal Loans Ltd), §10.
Vgl. Reijneveld 2020b p. 32.
Zie ook Weiβ & Reisener 2019, rn. 469.
Of deze aansprakelijkheid q.q. of pro se is, valt buiten het bereik van dit hoofdstuk. Zie hierover hoofdstuk VII.
Art. 82 AVG. Zie over beide vormen van handhaving van de AVG hoofdstuk VII.
Tijdens de afwikkeling van het faillissement verwerkt de faillissementscurator vrijwel altijd persoonsgegevens. Hierbij kan worden gedacht aan persoonsgegevens in klantenbestanden, personeelsdossiers en e-mailservers maar ook aan persoonsgegevens die zich bevinden op gegevensdragers zoals een telefoontoestel of ander apparaat.1 De curator verwerkt persoonsgegevens wanneer hij die gegevens op enige wijze bewerkt, bijvoorbeeld als hij ze doorzoekt, onder zich neemt, verzamelt, ordent, doorgeeft, opslaat, of simpelweg verwijdert.2 Bij de uitvoering van zijn werkzaamheden verwerkt de curator bovendien persoonsgegevens van tal van betrokkenen: klanten, leveranciers, bestuurders, werknemers, aandeelhouders en – afhankelijk van het type gefailleerde onderneming – mogelijk ook patiënten, cliënten of nog andere personen. De curator is tijdens het faillissement in de hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke gebonden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).3 Degene wiens persoonsgegevens verwerkt worden – de betrokkene – mag ook tijdens faillissement de aan hem toekomende rechten uitoefenen, zoals het recht op inzage.4 De verwerkingsverantwoordelijke moet de rechten van deze betrokkene respecteren en de uitoefening daarvan faciliteren.5
Als uitgangspunt moet de verwerkingsverantwoordelijke onverwijld en uiterlijk binnen een maand reageren op ieder verzoek van een betrokkene. Voor de faillissementscurator kan dit nogal belastend zijn, vooral indien betrokkenen massaal overgaan tot het effectueren van hun rechten.6 Tegelijkertijd is het juist tijdens faillissement goed voorstelbaar dat betrokkenen hun rechten uitoefenen: dat is immers vrijwel de enige manier om controle uit te kunnen oefenen over hun persoonsgegevens, die tijdens faillissement een bovengemiddeld grote kans hebben om over te gaan op een andere partij. Zo kunnen betrokkenen door hun rechten uit te oefenen persoonsgegevens meenemen naar een andere aanbieder of controleren welke persoonsgegevens worden verwerkt in het faillissement. Zeker wanneer een faillissement media-aandacht heeft gekregen, is er een reële kans dat veel betrokkenen hun rechten uitoefenen.7
De curator heeft aan het begin van de afwikkeling van het faillissement tijd nodig om een overzicht te krijgen van de situatie of een doorstart te realiseren. De aanvullende werklast die gepaard gaat met de rechten van betrokkenen, is lastig met deze taak te verenigen.8 Bovendien kampt de curator tijdens het faillissement over het algemeen met een gebrek aan tijd en financiële middelen.9 Hij dient het voor verhaal beschikbare vermogen van de schuldenaar over de schuldeisers te verdelen. De kosten die met reageren gepaard gaan, komen ten laste van de aanwezige baten. Aan de reactie op verzoeken van betrokkenen mogen op basis van de AVG namelijk in beginsel geen kosten verbonden worden. Er bestaat hiermee een spanning tussen het grondrecht op gegevensbescherming en het maatschappelijk belang dat gediend is met een doelmatige afwikkeling van een faillissement met een zo hoog mogelijke opbrengst voor de schuldeisers. Idealiter wordt er een balans gevonden tussen deze beide belangen.
Hierbij staat voorop dat niet-naleving van de AVG grote gevolgen kan hebben.10 De AP kan bij overtredingen met betrekking tot de rechten van betrokkenen, al dan niet na een klacht van een betrokkene te hebben ontvangen, administratieve boetes opleggen tot €20 miljoen of, voor een onderneming, tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar.11 Daarnaast voorziet de AVG in een schadevergoedingsrecht voor betrokkenen voor iedere schade die zij lijden ten gevolge van een inbreuk op de AVG.12 Het is dus in beginsel in het belang van de boedel om verplichtingen onder de AVG na te komen, hoe kostbaar ze ook zijn.13
De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat, is welke mogelijkheden de curator heeft om op een doelmatige wijze de verplichtingen met betrekking tot de rechten van betrokkenen na te leven. Doelmatig betekent in deze context dat de curator in staat is om de verplichtingen tegen relatief beperkte kosten na te leven. Ik behandel daarbij zowel het geldende als het wenselijke recht. Om de vraag te beantwoorden, ga ik eerst nader in op de rechten van de betrokkene (§5.2). In §5.3 bekijk ik wanneer een betrokkene een recht kan inroepen tegen de curator. Daarna bespreek ik de verplichtingen van de faillissementscurator die samenhangen met die rechten van betrokkenen (§5.4). In §5.5 bespreek ik al bestaande mogelijkheden voor de curator om verzoeken doelmatig af te handelen. In §5.6 ga ik in op de toelaatbaarheid van een wettelijke faillissementsuitzondering. Ik analyseer daarbij drie potentiële oplossingen: (i) een beperking van het aantal rechten dat betrokkenen tijdens faillissement kunnen inroepen, (ii) een recht op een redelijke vergoeding voor de curator jegens de betrokkene en (iii) een verlenging van de termijn waarbinnen rechten ingewilligd moeten worden. Ik concludeer dat voor de eerste optie in een beperkt aantal gevallen ruimte bestaat en voor de laatste optie meer ruimte is. Ik sluit af met een synthese in §5.7.