Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.6.2
9.6.2 Statutaire zetelverplaatsing van een SE of SCE
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS497648:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de exacte plaats van het nationale NV-recht respectievelijk coöperatierecht in de hiërarchie van het op het SE/SCE toepasselijke recht: Wj.M. van Veen, J.W. Bellingwout, M.A. de Blécourt-Wouterse, M.P. Bongard, E.T.H. Liem & Gj. van Rijthoven, De Europese naamloze vennootschap (SE), Een nieuwe rechtsvorm in het Nederlandse recht (serie Recht en Praktijk, nr. 130), Deventer: Kluwer 2004, p. 18-31 en Wj.M. van Veen, M.A. de Blécourt-Wouterse, M.P. Bongard, E.T.H. Liem & Gj. van Rijthoven, De Europese coöperatieve vennootschap (SCE) (Recht en Praktijk, nr. 147), Deventer: Kluwer 2006 , p. 14-20.
S.M. van den Braak, ‘Zetelverplaatsing en omzetting bij de Europese BV’, TOR 2001, nr. 11, p. 4, trekt dezelfde vergelijking.
Zie bijvoorbeeld E.D.G. Kiersch en G.M. ter Huurne, ‘Het statuut van de Europese vennootschap’, TOR 2001, 7, p. 183-190.
Ik verwijs naar J.W. Bellingwout, ‘Verplaatsing van een Europese vennootschap (SE)’, TOR 2001, 12, p. 256-361, Wj.M. van Veen, J.W. Bellingwout, M.A. de Blécourt-Wouterse, M.P. Bongard, E.T.H. Liem & Gj. van Rijthoven, De Europese naamloze vennootschap (SE), Een nieuwe rechtsvorm in het Nederlandse recht (serie Recht en Praktijk, nr. 130), Deventer: Kluwer 2004, p. 219-241 en Wj.M. van Veen, M.A. de Blécourt-Wouterse, M.P. Bongard, E.T.H. Liem & Gj. van Rijthoven, De Europese coöperatieve vennootschap (SCE) (serie Recht en Praktijk, nr. 147), Deventer: Kluwer 2006, p. 223-241.
Aldus de Minister van Justitie (met betrekking tot de SE: Kamerstukken II 2003/04, 29 309, nr. 3, p. 8 en met betrekking tot de SCE: Kamerstukken II 2005/06, 30 382, nr. 3, p. 11). W.J.M. van Veen, J.W. Bellingwout, M.A. de Blécourt-Wouterse, M.P. Bongard, E.T.H. Liem & G.J. van Rijthoven, De Europese naamloze vennootschap (SE), Een nieuwe rechtsvorm in het Nederlandse recht (serie Recht en Praktijk, nr. 130), Deventer: Kluwer 2004, p. 230 wijst erop dat dit in de regel zo zal zijn, maar onder omstandigheden anders kan liggen en dus een medezeggenschapsregeling wél een wijziging kan ondergaan.
In soortgelijke zin: J.W. Bellingwout, ‘Verplaatsing van een Europese vennootschap (SE)’, TOR 2001, 12, p. 356.
Op grond van art. 7 SE-verordening en art. 6 SCE-verordening kan een SE respectievelijk SCE haar statutaire zetel verplaatsen naar een andere lidstaat, zonder ontbinding van de SE/SCE of vorming van een nieuwe rechtspersoon. Het behoud van rechtspersoonlijkheid is neergelegd in art. 8 lid 1 tweede volzin SE-verordening en art. 7 lid 1 tweede volzin SCE-verordening. De verplaatsing van de statutaire zetel van de SE of SCE leidt tot een grensoverschrijdende wisseling van het aanvullend op de SE/SCE van toepassing zijnde nationale recht. Op grond van art. 9 lid 1 onderdeel c sub iii SE-verordening en art. 8 lid 1 onderdeel c sub iii SCE-verordening wordt namelijk het op de SE/SCE toepasselijke recht mede ingevuld door het NV- respectievelijk coöperatierecht van de lidstaat waar de SE/SCE haar statutaire zetel heeft.1 Concreet: de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE van Nederland naar Duitsland betekent dat in plaats van het Nederlandse NV-recht het Duitse AG-recht aanvullend van toepassing wordt. Vanwege deze ‘nationaliteitswisseling’ vindt er – evenals in het voorontwerp voor de Veertiende Richtlijn 1997 – in wezen een grensoverschrijdende omzetting van een rechtspersoon plaats.2 Een zuivere grensoverschrijdende omzetting kan de zetelverplaatsing van een SE en SCE echter niet worden genoemd omdat de werkelijke zetel verplicht moet meeverhuizen. Zoals gezegd in paragraaf 9.6.1 hiervóór, moet de statutaire zetel van de SE en SCE op grond van art. 7 SE-verordening respectievelijk art. 6 SCE-verordening in dezelfde lidstaat zijn gelegen als het hoofdbestuur. Daarmee is voor deze twee Europese rechtspersonen in feite gekozen voor het stelsel van de werkelijke zetel.3 De zetelverplaatsing van een SE/SCE is dan ook vergelijkbaar met het in paragraaf 9.5.3 hiervóór onderscheiden type (iii) van de onder het voorontwerp van de Veertiende richtlijn vallende zetelverplaatsingen, te weten verplaatsing van de werkelijke zetel van het ene naar het andere siège réèl-land.
De zetelverplaatsingsprocedure van een SE en SCE is omvangrijk en een bespreking daarvan gaat het bestek van dit onderzoek te buiten.4 De regeling met betrekking tot zetelverplaatsing heeft veel weg van het voorontwerp van de Veertiende richtlijn betreffende zetelverplaatsing (zie par. 9.5 hiervóór). Hier zij vermeld dat in de SE- en SCE-verordening is voorzien in allerlei regelingen ter bescherming van aandeelhouders van de SE, leden van de SCE en schuldeisers. Overigens ontbreekt een specifiek op werknemers van de te verplaatsen SE of SCE toegesneden maatregel omdat de zetelverplaatsing géén wijziging brengt in de arbeidsovereenkomsten met werknemers noch in het medezeggenschapsregime dat met de SE of SCE is overeengekomen.5
Ten slotte wijs ik erop dat met de zetelverplaatsingsmogelijkheid van een SE in combinatie met de in paragraaf 9.6.1 hiervóór besproken omzetting van een lokale naamloze vennootschap in een SE (en omgekeerd) een ‘gewone’ grensoverschrijdende omzetting van een naamloze vennootschap kan worden bewerkstelligd.6 Zo kan een Nederlandse NV op de voet van art. 2 lid 4 SE-verordening worden omgezet in een SE met Nederlandse statutaire zetel waarna de statutaire zetel wordt verplaatst naar een andere lidstaat. Vervolgens wordt de SE na twee jaar via art. 37 SE-verordening omgezet in een naamloze vennootschap naar het recht van die andere lidstaat. Een vergelijkbare grensoverschrijdende omzetting van een coöperatie kan worden bereikt door de zetelverplaatsing- en omzettingsmogelijkheden in de SCEverordening. Maar vanwege de zetelverplaatsing in hoedanigheid van SE of SCE als tussenstap geldt ook voor deze grensoverschrijdende omzettingen dat de werkelijke zetel dient te worden (mee-)verplaatst naar de lidstaat van de nieuwe statutaire zetel.