RAV 2026/22
Letselschade. Kan een benadeelde partij zich met een vordering tot vergoeding van immateriële schade voegen, ook zonder dat zij de schade heeft begroot op een concreet bedrag?
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:73
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, G.C. Makkink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/02515
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- JCDI
JCDI:BSD94949:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:73, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:937, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Letselschade. Vordering benadeelde partij. Schadevergoedingsmaatregel. Aantasting in de persoon op andere wijze.
Kan een benadeelde partij zich in het strafproces voegen met een vordering tot vergoeding van immateriële schade zonder opgave van een concreet bedrag? Heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel kunnen opleggen voor door het slachtoffer geleden immateriële schade, terwijl het slachtoffer zich niet met een concrete vordering als benadeelde partij heeft gevoegd? Heeft het hof zijn beslissing voldoende gemotiveerd aangezien uit de overwegingen niet kan worden afgeleid op grond van welke in art. 6:106 BW genoemde grond en welke omstandigheden het oordeel is gebaseerd?