De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/2.2:2.2 Gebruikte vragenlijst rechtvaardigheid
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/2.2
2.2 Gebruikte vragenlijst rechtvaardigheid
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS366652:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met valide wordt bedoeld dat de vragenlijst meet wat hij zegt te meten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Colquitt (2001) heeft een meetinstrument (vragenlijst) ontwikkeld om aan de hand van een aantal stellingen de vier typen rechtvaardigheid te meten (zie de linker kolom van tabel 4). Zijn vragenlijst is gebaseerd op het belangrijkste onderzoek naar rechtvaardigheid in de afgelopen 30 jaar: het onderzoek van Leventhal (1976) om distributieve rechtvaardigheid te meten, dat van Thibaut en Walker (1978) en Leventhal (1980) om procedurele rechtvaardigheid te meten, dat van Bies en Moag (1986) voor de meting van interpersoonlijke rechtvaardigheid en ten slotte het onderzoek van Bies en Moag (1986) en Shapiro e.a. (1994) om informatieve rechtvaardigheid te meten.
Colquitt (2001) heeft deze vragenlijst ontwikkeld voor het meten van rechtvaardigheid binnen bedrijven. De vragenlijst kan echter ook gebruikt worden binnen de juridische setting, omdat onderzoek laat zien dat mensen steeds dezelfde aspecten belangrijk vinden in besluitvormingsprocedures, onafhankelijk van het soort procedure waarin zij verwikkeld zijn (Folger, 1987; Lind & Tyler, 1988; Lind e.a., 1990a; Thibaut & Walker, 1975). Bovendien komt de setting binnen een bedrijf op een aantal punten overeen met de juridische setting (Klaming & Giesen, 2008): een leidinggevende/rechter bepaalt de uitkomst, heeft invloed op de uitkomst en op het proces en bepaalt in welke mate de werknemers/procespartijen daarop invloed krijgen. In beide settings vinden de werknemers/procespartijen het belangrijk dat zij hun visie naar voren kunnen brengen en dat er een beslissing/vonnis gebaseerd op juiste informatie volgt. Ten slotte wil de werkgever/rechter dat de beslissing/het vonnis door de werknemers/procespartijen wordt geaccepteerd en nageleefd.
De vragenlijst van Colquitt (2001) is een goed instrument om de verschillende typen rechtvaardigheid te meten. Op de eerste plaats is dit het geval omdat Colquitt (2001) voor ieder type rechtvaardigheid afzonderlijk een aantal stellingen heeft geformuleerd, die zijn gebaseerd op de belangrijkste rechtvaardigheidsstudies in de afgelopen 30 jaar. Verder is deze vragenlijst inmiddels in een aantal onderzoeken getest (Colquitt, 2001; Colquitt & Shaw, 2005; Kernan & Hanges, 2002). Daarbij kwam naar voren, dat de vragenlijst valide1 is en de vier typen rechtvaardigheid — als gemeten met de schaal van Colquitt (2001) — inderdaad van elkaar kunnen worden onderscheiden.
In het onderhavige onderzoek is de vragenlijst van Colquitt (2001) gebruikt om procedurele, interpersoonlijke en informatieve rechtvaardigheid te meten. Distributieve rechtvaardigheid is — net als in het onderzoek van Kernan en Hanges (2002) — niet gemeten, omdat de uitkomst (en de rechtvaardigheid daarvan) in het merendeel van de zaken nog niet bekend was direct na de zitting, toen de vragenlijsten werden afgenomen. Het vonnis volgt namelijk bij de onderzochte rechtbanken (op zijn vroegst) pas zes weken na de zitting.
De vragenlijst van Colquitt (2001) is — in overleg met de begeleidingscommissie — vertaald in het Nederlands en enigszins aangepast aan de setting waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden. Het eindresultaat daarvan is weergegeven in de rechterkolom van tabel 4. Bij procedurele rechtvaardigheid zijn twee stellingen van de vragenlijst van Colquitt (2001) niet meegenomen in de Nederlandse vragenlijst, omdat beide stellingen veronderstellen dat de uitkomst van de procedure reeds bekend was bij het invullen van de vragenlijst, wat niet (altijd) het geval was. Verder is een aantal stellingen bij procedurele rechtvaardigheid iets anders geformuleerd voor advocaten (tussen vierkante haakjes in tabel 4) dan voor partijen. Partijen en advocaten konden, net als bij de vragenlijst van Colquitt (2001), de vragen beantwoorden op een vijfpuntsschaal (1 = zeer oneens, 5 = zeer eens).
Vragenlijst Colquitt
Vragenlijst voor dit onderzoek
Procedurele rechtvaardigheid
The following items refer to the procedures used to arrive at your (outcome). To what extent:
In welke mate bent u het eens met de stellingen hieronder?
1.Have you been able to express your views and feelings during those procedures?
1.Ik heb mijn zienswijze [de zienswijze van mijn cliënt] tijdens de zitting kunnen uiten.
2.Have you had influence over the (outcome) arrived at by those procedures?
—
3.Have those procedures been applied consistently?
2.De rechter heeft tijdens de zitting eenzelfde procedure gehanteerd voor mij [+ mijn cliënt] en de andere partij [+ advocaat].
4.Have those procedures been free of bias?
3.De rechter was vrij van vooroordelen.
5.Have those procedures been based on accurate information?
4.De rechter heeft mijn [deze] zaak goed bestudeerd voorafgaand aan de zitting.
6.Have you been able to appeal the (outcome) arrived at by those procedures?
7.Have those procedures upheld ethical and moral standards?
5.Op de zitting werden ethische en morele normen geschonden.
Interpersoonlijke rechtvaardigheid
The following items refer to (the authority figure who enacted the procedure). To what extent:
In welke mate bent u het eens met de stellingen hieronder?
1.Has (he/she) treated you in a polite manner?
1.De rechter benaderde mij op een beleefde
manier.
2.Has (he/she) treated you with dignity?
2.De rechter had respect voor mijn persoon en visie.
3.Has (he/she) treated you with respect?
2.
4.Has (he/she) refrained from improper remarks or comments?
3.De rechter heeft ongepaste opmerkingen gemaakt.
Informatieve rechtvaardigheid
The following items refer to (the authority figure who enacted the procedure). To what extent:
In welke mate bent u het eens met de stellingen hieronder?
1.Has (he/she) been candid in (his/her communications with you?
1.De rechter heeft op een open manier met mij gecommuniceerd.
2.Has (he/she) explained the procedures thoroughly?
2.In het tussenvonnis van de rechtbank is vóór de zitting goed uitgelegd hoe het verloop van de zitting eruit zou zien.
3.De rechter heeft aan het begin van de zitting goed uitgelegd hoe het verloop van de zitting eruit zou zien.
3.Were (his/her) explanations regarding the
procedures reasonable?
4.De informatie die in totaal (dus zowel voorafgaand als tijdens de zitting) gegeven is over het verloop van de zitting klopte met de werkelijke gang van zaken.
4.Has (he/she) communicated details in a
timely marmer?
5.De rechter heeft details over de gang van zaken op een geschikte/gepaste manier gecommuniceerd.
5.Has (he/she) seemed to tailor (his/her)
communications to individuals’ specific needs?
6.De rechter leek zijn/haar mededelingen af te stemmen op de behoeften van partijen en advocaten.
Distributieve rechtvaardigheid
The following items refer to your (outcome). To what extent:
1.Does your (outcome) reflect the effort you have put into your work?
2.Is your (outcome) appropriate for the work you have completed?
3.Does your (outcome) reflect what you have contributed to the organization?
—
4.Is your (outcome) justified, given your performance?
De vragenlijst van Colquitt (2001) is in dit onderzoek gebruikt als hulpmiddel om — middels het meten van de rechtvaardigheidspercepties van partijen en advocaten zicht te krijgen op de huidige zittingspraktijk (zie hoofdstuk 6). De vraag in welke mate procedurele, interpersoonlijke en informatieve rechtvaardigheid onderscheidend zijn is daarom voor dit onderzoek minder van belang. Desondanks is voor de geïnteresseerde lezer een principale component analyse en betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd, die is opgenomen in bijlage 3.