Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/3.1
3.1 Inleiding
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630407:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
S.A. Stevens definieert de totaalwinst van een lichaam dat belastingplichtig is geworden als de winst die in de belastingplichtige periode kan worden toegerekend aan de belastingplichtige activiteiten. S.A. Stevens 2006, pagina 260.
Ook Hemels is van mening dat indien een lichaam niet vanaf het begin af aan belastingplichtig is, maar dit pas na enige tijd wordt, tot de belaste totaalwinst slechts de voordelen horen die zijn toe te rekenen aan de periode waarin het lichaam belastingplichtig is. De voordien behaalde resultaten zijn niet in de zin van artikel 7 Wet IB 1964 (BC: thans artikel 3.8 Wet IB 2001) verkregen. Hemels.
Bijvoorbeeld HR 2 april 1947, B 8335, HR 24 juni 1953, nr. 11 380, BNB 1953/189 en HR 5 februari 2016, nr. 14/03307, BNB 2016/139.
De totaalwinst bij sfeerovergang neemt een bijzondere positie in. In tegenstelling tot de normale belastingplicht is bij een sfeerovergang immers niet de totale winst die gedurende het bestaan van de onderneming wordt behaald belast, maar de totale winst die toerekenbaar is aan de belastingplichtige periode. Dit vereist dat de winst moet worden toegerekend aan een periode. In de huidige doctrine geschiedt dat door het maken van een openings- en slotbalans.123 Op deze balansen moeten de vermogensbestanddelen van de onderneming worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer. Door waardering tegen de waarde in het economische verkeer worden de voordelen verdeeld over de onbelaste en belaste periode.
Om inzicht te krijgen in het huidige systeem, zal ik in dit hoofdstuk aandacht besteden aan de totaalwinst bij een sfeerovergang. De summiere wettelijke regels, de jurisprudentie van de Hoge Raad en de visies in de literatuur zullen worden beschreven en geanalyseerd. In dit hoofdstuk staat de volgende subonderzoeksvraag centraal: Hoe wordt op basis van het positieve recht de totaalwinst bepaald bij een sfeerovergang van een onderneming?
Dit hoofdstuk heeft een positiefrechtelijk karakter. Na het wettelijk kader te hebben geschetst (paragraaf 3.2) zal ik definiëren wat de functie van de fiscale openingsbalans is (paragraaf 3.3). Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de vraag hoe vermogensmutaties worden verdeeld over de onbelaste c.q. belaste periode. Daarna zal ik ingaan op de waardering van de vermogensbestanddelen op de fiscale openingsbalans (paragraaf 3.4). Hierbij zal ik ingaan op de invulling van het begrip ‘waarde in het economische verkeer’ in het kader van de fiscale openingsbalans. Ook zal ik de diverse waarderingsmethodes beschrijven. Na deze analyse zal ik in de navolgende paragraaf ingaan op gebeurtenissen die zich openbaren na de sfeerovergang, maar die betrekking hebben op de periode voor de sfeerovergang. Op de hoofdregel dat vermogensbestanddelen moeten worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer, is een uitzondering gemaakt voor immateriële activa (artikel 33 Wet Vpb 1969). In dit hoofdstuk zal ik ingaan op de achtergrond en reikwijdte van deze wettelijke bepaling (paragraaf 3.5). Aangezien de fiscale openingsbalans niet alleen van belang is voor het jaar waarin de belastingplicht aanvangt, maar ook invloed heeft op het fiscale resultaat in de navolgende jaren, zal ik in paragraaf 3.6 ingaan op de jaren na aanvang van de belastingplicht. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting waarin de subonderzoeksvraag wordt beantwoord.