Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/3.3
3.3 De bedoeling van de Coöperatieve Wijkraad
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248461:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aanmelding Democratic Challenge, http://democraticchallenge.nl/experiment/cooperatieve-wijkraad, geraadpleegd op 20 augustus 2019.
Aanmelding Democratic Challenge, http://democraticchallenge.nl/experiment/cooperatieve-wijkraad, geraadpleegd op 20 augustus 2019.
Aanmelding Democratic Challenge, http://democraticchallenge.nl/experiment/cooperatieve-wijkraad, geraadpleegd op 20 augustus 2019.
Een coöperatie is in juridische zin een onderneming. Dat is wellicht wat verwarrend, aangezien de CWR op geen enkele manier economische activiteiten ontplooit of dient te ontplooien. De naam coöperatie is vooral gekozen vanwege de democratische associaties die het oproept: personen verenigen zich in een organisatie waarin zij gezamenlijk en op gelijke voet hun gedeelde belangen behartigen.
Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 4-5.
Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 5.
Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 6.
Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 6.
Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 8-9.
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (bijlage bij punt 9, Experimenteren in het gebiedsgericht werken, raadsvoorstel 12 januari 2017, nr. 6132960), p. 15.
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (bijlage bij punt 9, Experimenteren in het gebiedsgericht werken, raadsvoorstel 12 januari 2017, nr. 6132960), p. 14.
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (bijlage bij punt 9, Experimenteren in het gebiedsgericht werken, raadsvoorstel 12 januari 2017, nr. 6132960), p. 14.
Deze redenen voor het invoeren van het wijkpanel blijken niet uit het collegevoorstel zelf, maar kunnen uit voorgaande gedachtevorming worden afgeleid. Intern document Coöperatieve wijkraad, p. 8-9.
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (bijlage bij punt 9, Experimenteren in het gebiedsgericht werken, raadsvoorstel 12 januari 2017, nr. 6132960), p. 14.
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (Amendement 2 onder punt 9, ‘geen gelote raadsleden’).
Besluitenlijst van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (punt 9).
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017 (Amendementen 4 en 3, respectievelijk ‘taken en bevoegdheden’ en ‘geen gelote raadsleden en buiten de besluitvorming’.
Notulen van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017, p. 68.
Notulen van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017, p. 66.
Notulen van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 25 januari 2017, p. 68.
De CWR is één van de vijf experimenten waarnaar het college in de notitie van maart 2016 en het raadsvoorstel van januari 2017 verwees. Het idee voor de wijkraad werd voor het eerst concreet in 2015, toen het als experiment werd aangemeld bij het Democratic Challenge-project van BZK/VNG.1 Uit de aanmelding blijkt wat de oorspronkelijke bedoeling van de CWR was. Onder het kopje ‘droom’ was daarover het volgende opgenomen:
‘Wat zou er gebeuren als we beslissingen, en daarmee daadwerkelijke macht, weer dichterbij mensen brengen? Als bewoners zich weer sámen ‘eigenaar’ van hun eigen straat, buurt en wijk voelen? Als mensen in hun buurt weer samen vraagstukken rond hun eigen belang versus collectief belang bespreken? Het is de tijd dat veel gemeenten zoeken naar nieuwe vormen van lokale democratie en experimenten uitvoeren. Waarbij ze burgers zeggenschap en eigenaarschap willen geven over de zaken die hen en hun woon- en leefomgeving aangaan. Vormen die verder gaan dan stemmen, of zoals steeds vaker: niet meer stemmen. Vormen die uitgaan van dialoog, deliberatie, opdoen van democratische ervaring, loting, creativiteit en pro-activiteit.’2
Uit deze passage blijkt dat de CWR twee doelstellingen had. Men wilde allereerst beslissingsbevoegdheid decentraliseren naar het niveau van de wijk. Daarnaast wilde men democratische besluitvormingsprocessen organiseren waarin meer de nadruk werd gelegd op participatieve elementen dan dat gangbaar was binnen de gemeentelijke organisatie. Op deze manier moest de CWR zo goed mogelijk maatschappelijk eigenaarschap en publieke zeggenschap met elkaar combineren. Om deze doelstellingen te bereiken, waren volgens de aanmelding drie zaken van cruciaal belang: (1) in de CWR moesten zowel inwoners als gemeenteraadsleden plaatsnemen, (2) de deelnemers moesten worden geselecteerd op basis van loting en (3) de CWR moest beslissingsbevoegd zijn over een beperkt budget.3 Alle drie deze zaken zijn later teruggekomen in de notitie aan de raad van maart 2016.
In de zomer van 2016 werd door het college een voorlopige opzet van de CWR uitgewerkt in een intern document. Dit betrof nog geen definitief ontwerp, maar een korte bespreking ervan is desondanks zinvol omdat het goed de ontwikkeling van het experiment laat zien. In het document zijn enkele uitgangspunten voor de CWR als experiment geformuleerd, namelijk:
Er moet sprake zijn van een coöperatieve gedachte.4
De CWR moet daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen, wat bereikt moet worden door beslissingsbevoegdheid over te dragen en de CWR budgetrecht te geven.
De CWR moet representatief zijn. Zowel wijkbewoners als deelnemende raadsleden worden daartoe door middel van loting aangewezen.
De CWR moet bij het bedenken en uitwerken van voorstellen de methode van coproductie tussen wijkbewoners en raadsleden hanteren.
De CWR moet proberen zoveel mogelijk participatie van de wijk te bewerkstelligen, waarmee wordt bedoeld dat de CWR zoveel mogelijk moet beslissen zoals de wijk zou beslissen.
De CWR moet inclusief te werk gaan, in de zin dat de groepen die hij bij zijn werk betrekt een afspiegeling vormen van de diversiteit in de wijk.
Besluiten moeten op deliberatieve wijze tot stand komen.
De CWR moet toegankelijk zijn voor iedereen die een bijdrage wil leveren.
De besluitvorming moet transparant zijn, in de zin dat duidelijk moet zijn welke informatie is ingebracht en welke invloed dit heeft gehad op het uiteindelijke besluit.
Ten slotte moet de CWR gaandeweg geëvalueerd worden en moeten er aanpassingen kunnen worden gemaakt als dat nodig blijkt.’5
Uitgaande van een coöperatieve gedachte, waarbij de wijkbewoners als leden van de coöperatie werden gezien, werd de CWR aangemerkt als het dagelijks bestuur van de wijk. De beslissingen die door de CWR genomen zouden worden, zouden gelden voor iedereen die in de wijk woont. De zaken waarover de CWR zeggenschap moest krijgen, moesten de wijk aangaan. Het college ging ervan uit dat dit praktische zaken zouden zijn, waarmee wijkbewoners direct te maken hadden.6 Benadrukt werd dat van tevoren duidelijk moest zijn waarover de CWR kon beslissen en waarover niet, maar tegelijkertijd werd niet duidelijk of de CWR überhaupt wel zelfstandig besluiten in juridische zin zou kunnen nemen. Daarover werden verschillende, tegenstrijdige signalen afgegeven. Een van de uitgangspunten was dat de CWR invloed moest kunnen uitoefenen, waartoe hij beslissingsbevoegdheid en budgetrecht overgedragen zou krijgen. Van de raad werd verwacht dat deze ruimte open zou houden voor en budget beschikbaar zou stellen aan de CWR. De raad moest zich verder naar het oordeel van de CWR voegen.7 Even verderop staat echter de volgende passage:
‘Fungeert hij [de gemeenteraad] louter als geldschieter door een zak met geld te geven en zich verder buiten het besluitvormingsproces te houden? Juridisch gezien niet, omdat er officieel geen sprake is van delegatie […]. Daarnaast is er een juridisch aspect. Want wanneer de gemeenteraad en het college bevoegdheden en budget overdragen aan een nieuw en ander orgaan, dan wordt dit orgaan automatisch een zelfstandig bestuursorgaan. Dat betekent dat zijn beslissingen zijn aan te merken als besluiten waartegen men in bezwaar kan gaan.’8
Net als over de uitgangspunten was ook de gedachtevorming over het al dan niet overdragen van bevoegdheden dus nog niet afgerond in de zomer van 2016. Dat geldt in feite ook voor de vraag hoe de CWR precies moest worden samengesteld. Zoals gezegd was er een duidelijke keuze gemaakt om deelnemers te selecteren via loting, maar hoeveel er ingeloot moesten worden en uit welke poule er geloot moest worden, stond nog niet vast. Het document gaf daarvoor enkele opties ter overweging waarop hier verder niet hoeft te worden ingegaan.9
In januari 2017 werd aan de gemeenteraad een collegevoorstel voorgelegd waarin werd gevraagd in te stemmen met het starten van de vijf experimenten in de wijken. In dit collegevoorstel was de opzet van de CWR weer wat verder uitgewerkt. De hiervoor genoemde doelen en uitgangspunten waren ongewijzigd gebleven. Het een en ander was wel scherper aangezet en minder dubbelzinnig. De vraag, bijvoorbeeld, of de wijkraad zelf bevoegdheden moet krijgen, was verdwenen. In plaats daarvan werd twee keer ondubbelzinnig gesteld dat de wijkraad invloed en directe beslissingsbevoegdheid zou krijgen. De gemeenteraad moest daartoe aan de wijkraad budget beschikbaar stellen en mandaat verschaffen.10 Niet duidelijk is of hiermee bedoeld werd dat de raad een mandaat zou geven aan de wijkraad in de juridische zin van artikel 10:1 Awb. Overigens was ook nog niet duidelijk welke bevoegdheden de wijkraad precies zou gaan uitoefenen. Dat was een bewuste keuze omdat de organisatie samen met de wijkraad zelf wilde bepalen over welke (wijkgerelateerde) onderwerpen de wijkraad kon en wilde beslissen. Nogmaals werd benadrukt dat het van belang was hierover voor de start van het experiment duidelijkheid te verschaffen.11
Over de samenstelling van de wijkraad waren ondertussen wel knopen doorgehakt. Het was de bedoeling dat de CWR zelf zou bestaan uit zeventien personen, namelijk elf gelote burgers en zes gelote raadsleden. Zij moesten het dagelijks bestuur van de coöperatie gaan vormen. Daarnaast moest er een panel komen van 400 gelote wijkbewoners waaraan keuzes zouden worden voorgelegd en wat betrokken zou worden bij besluitvorming.12 Er waren twee redenen om de CWR met dit panel aan te vullen. Enerzijds was het de bedoeling dat de CWR een representatieve afspiegeling van de wijk zou vormen. Statistisch gezien is het onwaarschijnlijk dat dit het geval zou zijn wanneer er maar elf burgers zouden worden ingeloot. Wanneer er echter meer burgers zouden worden ingeloot, zou de CWR onbestuurbaar worden qua grootte. Het panel was daarom bedoeld als een voor de representatie van de wijk compenserende maatregel zonder dat de CWR zelf onbestuurbaar groot zou worden. Anderzijds was de CWR als experiment mede opgezet om zo veel mogelijk wijkbewoners bij het besluitvormingsproces over zaken in hun wijk te betrekken om daarmee de participatie op een hoger plan te tillen. Het panel was bedoeld om wijkbewoners hiertoe de kans te geven zonder dat zij plaats hoefden te nemen in de CWR zelf.13 Een laatste interessant punt dat uit het collegevoorstel naar voren komt, is dat het de bedoeling was dat de CWR verantwoording zou afleggen aan zowel de gemeenteraad als de wijk.14 Hoe dit moest gebeuren, werd niet gespecificeerd noch werd ingegaan op wat dit zou betekenen voor de positie van de raadsleden die in de CWR plaats zouden nemen.
De gemeenteraad stemde op 25 januari 2017 in grote lijnen in met het collegevoorstel. De enige wijziging van betekenis volgde op een aangenomen amendement. Dit amendement bepaalde dat raadsleden nog steeds zitting zouden nemen in de CWR, maar dat zij niet geloot zouden worden. In plaats daarvan moest er een representatieve afvaardiging van de gemeenteraad in de CWR plaatsnemen.15 Raadsleden zouden zich daarvoor vrijwillig kunnen opgeven. Er werden twee redenen gegeven waarom het onwenselijk was raadsleden te loten. Allereerst zou het bijvoorbeeld op het gebied van controle onduidelijkheid opleveren over de verhouding tussen raadsleden die in de wijkraad zouden plaatsnemen en hun collega’s uit de raad die niet zouden worden ingeloot. Daarnaast werd het niet verstandig geacht de representatieve democratie als een systeem van evenredige vertegenwoordiging te vermengen met een systeem van loting. Het amendement werd met 37 stemmen voor en één stem tegen aangenomen.16 Twee andere amendementen, één waarin gepoogd werd duidelijker de taken en bevoegdheden van de CWR af te bakenen en één dat beoogde te regelen dat raadsleden in de CWR buiten de besluitvorming van dat orgaan zouden blijven, kregen respectievelijk twaalf en vijftien stemmen voor en haalden zodoende de eindstreep niet.17 Uiteindelijk werd het gewijzigde collegevoorstel met 36 stemmen voor en twee stemmen tegen aangenomen door de raad.18 Beide tegenstemmen kwamen van de partij Student en Stad. Deze partij meende dat de experimenten niet ten goede zouden komen aan de doelgroep die de partij vertegenwoordigde.19 Er waren meer partijen die over bepaalde aspecten van de voorstellen sceptisch waren, met name over het nut van loting. Deze partijen stemden toch voor omdat zij de experimenten een kans wilden geven. De SP was tegen experimenteren met een coöperatieve wijkraad, maar stemde toch voor het collegevoorstel omdat de CWR onderdeel was van een pakket en de partij de andere vier experimenten wel zag zitten.20