Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.4.6.2
3.4.6.2 Gelijkenissen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS590419:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 2:30 lid 1 BW (informele vereniging kan geen registergoederen verkrijgen en niet erfgenaam zijn). Ook art. 2:44 lid 2 en art. 2:291 lid 2 BW (beperkingen voor vereniging en stichting met betrekking tot het verkrijgen van onroerend goed, borgstelling etc. als daarvoor een toereikende statutaire grondslag ontbreekt) wordt in de sleutel van beperkte rechtsbevoegdheid geplaatst.
Blanco Fernández 2006, p. 679.
Timmerman 2000, p. 136/137; Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/164.
Van Schilfgaarde 1974, p. 25; Mathey-Bal 2016, p. 178 en 330/331.
Tussen de rechtsbevoegde VOF en de VOF-rechtspersoon bestaan hoofdzakelijk overeenkomsten. Beide zijn rechtssubject. In beide gevallen kan de rechtsbevoegdheid beperkt of onbeperkt zijn.1 Zoals Blanco Fernández het uitdrukt: de normatieve betekenis van het onderscheid tussen collectiviteit en rechtspersoon is gering.2 Bij de VOF wordt nu al gesproken over personificatie van beperkte omvang.3 Kroeze moedigt de wetgever aan een stap verder te zetten door de VOF rechtspersoon te maken. Als doorslaggevende argumenten noemt hij dat de VOF naar buiten als zelfstandige eenheid optreedt en dat de rechtspositie bij toe- en uittreding van vennoten veel eenvoudiger wordt, doordat de bestanddelen van de goederengemeenschap niet hoeven te worden overgedragen.4 Op basis van deze voordelen hebben ook anderen voor rechtspersoonlijkheid van de VOF of de openbare vennootschap gepleit.5 Ik wijs erop dat de rechtsbevoegde VOF deze voordelen ook kent.
De hoge graad van gelijkheid tussen beide constructies komt mede tot uiting bij structuurwijziging. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag of een VOF zich met behoud van identiteit kan omzetten in een BV. Het verschil tussen de rechtsbevoegde VOF en de VOF-rechtspersoon is zozeer beperkt, dat zij voor omzetting, fusie en splitsing op één lijn kunnen worden gesteld. In hoofdstuk 5 wordt dit uitgewerkt, mede geïnspireerd door het Duitse voorbeeld. De rechtsbevoegde VOF en de rechtspersoon worden daarbij samengebracht onder de noemer ‘rechtsdrager’.