Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.6.3:13.6.3 Transparence fiscale van de Stichting Administratiekantoor
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/13.6.3
13.6.3 Transparence fiscale van de Stichting Administratiekantoor
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232727:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat iemand, in beginsel de (enige) bestuurder, over het vermogen van een stichting kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Het vermogen en de inkomsten van de stichting kunnen dan worden toegerekend aan de persoon die deze beschikkingsmacht heeft en bij hem worden belast. Een dergelijke fiscale transparantie1 lijkt mij bij een STAK in beginsel niet aan de orde. Het is zeer wel denkbaar dat sprake is van een STAK met slechts één bestuurder, die niet of nauwelijks beperkt is in zijn mogelijkheden om over het vermogen van de STAK te kunnen beschikken. In economische termen komt het gecertificeerde vermogen echter niet de STAK toe, maar de certificaathouders. Als de bestuurder van de STAK in de positie komt dat hij kan beschikken over het vermogen van de STAK als ware het zijn eigen vermogen, impliceert dit dus een handelen in strijd met de statuten van de STAK, waaronder haar doel, alsmede een schending van de verplichtingen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst met de certificaathouders, met andere woorden: onrechtmatige en wederrechtelijke toe-eigening van het gecertificeerde vermogen door deze bestuurder.2 Hoewel dit niet ondenkbaar is, lijkt deze situatie mij niet veel voorkomend. Ik zal derhalve in de context van certificering niet nader ingaan op fiscale transparantie van stichtingen. Ik bespreek dit onderwerp echter in meer detail in de context van het APV, waar op grond van de wettelijke regeling sprake is van de toerekening van vermogen3 en de vraag rijst of er daarnaast nog ruimte is voor fiscale transparantie van het APV op grond van beschikkingsmacht.4