Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.2.1
17.2.1 Duitsland
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS371349:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 209: 'Der Zeitraum, während dessen die Verjährung gehemmt ist, wird in die Verjährungsfrist nicht eingerechnet.'.
'Hemmung der Verjährung bei Verhandlungen'.
'Hemmung der Verjährung durch Rechtsverfolgung'.
'Hemmung der Verjährung bei Leistungsverweigerungsrecht'.
'Hemmung der Verjährung bei höherer Gewalt'.
'Hemmung der Verjährung aus familiären und ähnlichen Gründen'.
'Hemmung der Verjährung bei Ansprüchen wegen Verletzung der sexuellen Selbstbestimmung'.
§ 210 en § 211.
§ 212.
§ 203 bepaalt over onderhandelingen: '(...) so ist die Verjährung gehemmt, bis der eine oder der andere Teil die Fortsetzung der Verhandlungen verweigert (...)'. § 204 lid 2 bepaalt over de rechtsvervolging: 'Die Hemmung (...) endet sechs Monate nach der rechtskräftigen Entscheidung oder anderweitigen Beendigung des eingeleiteten Verfahrens. (...)'.
Zowel wat vorm als wat inhoud betreft, verschilt het Duitse verjaringsrecht drastisch van het Nederlandse.
De belangrijkste stuitingsfiguur' in het Duitse recht is de zogenaamde Hemmung. De Hemmung heeft niet tot gevolg, zoals de Nederlandse stuiting, dat een nieuwe termijn aanvangt, maar heeft slechts tot gevolg dat de periode gedurende welke de verjaring gehemmt is, de termijn niet loopt.1 Als de hemmungsgrond voorbij is, begint de teller weer te lopen waar hij was gebleven. De extra tijd die de Nederlandse crediteur verkrijgt door te stuiten, verkrijgt de Duitse crediteur dus niet. Ik geef de Hemmungsgronden weer:
Onderhandelingen (§ 2032);
Een procedure tot nakoming (§ 2043);
Het bestaan van het recht nakoming te weigeren (§ 2054);
Overmacht tot het instellen van een vordering (§ 2065);
Het bestaan van familiaire verhoudingen (§ 2076);
Minderjarigheid bij seksueel misbruik (§ 2087).
Naast de Hemmung kent het Duitse recht, met een veel minder breed bereik, ook de Ablaufhemmung8 en de Neubeginn der Verjdhrung.9 Van Ablaufhemmung is sprake bij handelingsonbekwaamheid en nalatenschappen. Zij heeft tot gevolg dat de verjaringstermijn niet eindigt binnen zes maanden nadat de handelingsonbekwaamheid is geheeld of de nalatenschap waartoe de vordering behoort, is aanvaard. Van Neubeginn der Verjährung is sprake bij erkenning en bij een executiemaatregel. Zij heeft tot gevolg dat de verjaring opnieuw begint te lopen na de erkenning of de executiemaatregel.
Wat bij ons de hoofdregel is, de aanvang van een nieuwe termijn, is dus in het Duitse recht de uitzondering. En wat in het Duitse recht de hoofdregel is, de Hemmung, bestaat bij ons niet. Wij kennen wel wat de Duitsers Ablaujhemmung noemen — ons equivalent is verlenging van de verjaringstermijn — maar Ablaujhemmung en verlenging liggen wat hun praktische betekenis betreft buiten het centrum van beide stelsels.
Dat betekent onder andere dat de in kwantitatieve zin belangrijkste stuitingshandeling naar Nederlands recht, de schriftelijk verklaring waaruit blijkt dat de crediteur zijn recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW), naar Duits recht geen effect zou hebben. Hij staat niet genoemd in het rijtje hemmungsgronden van zo-even. Dat is ook logisch, omdat al die Hemmungsgronden een zekere periode bestrijken. Anders is er immers geen "Zeitraum" gedurende hetwelk de handeling hemmende werking kan hebben. De schriftelijke mededeling is slechts een punt in de tijd en kan daardoor naar zijn aard niet op zichzelf hemmen.
Het dichtst bij het Duitse systeem komt art. 3:317 lid 2 BW, dat bepaalt dat de verjaring wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning, indien deze binnen zes maanden wordt gevolgd door het instellen van een eis. Er is dan wél een 'proces' dat een zekere periode beslaat. Art. 3:317 lid 2 ziet evenwel slechts op rechtsvorderingen niet zijnde een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis en kan daardoor met recht een uitzonderingsbepaling worden genoemd. De bijna steeds toepasselijke hoofdregel, neergelegd in lid 1, voorziet niet in de 'verplichting' de aanmaning met een procedure te vervolgen.
Misschien is in wat algemener termen over het verschil tussen het Duitse en het Nederlandse regime het volgende te zeggen. Het Duitse systeem neemt de verplichting van de crediteur om zijn vordering op enig moment werkelijk na te jagen zeer serieus. De belangrijkste hemmungsgronden, het voeren van onderhandelingen en procederen, zijn slechts van kracht zolang zij werkelijk plaatsvinden, zolang dus de crediteur actief bezig is zijn vordering te innen.10 Het Nederlandse systeem vergt die activiteit niet. Het vergt van de crediteur dat hij zijn wederpartij doet weten dat het hem met de vordering nog menens is, maar het vergt van hem niet dat hij daarna de daad bij het woord voegt door aan die mededeling processueel gevolg te geven. Tot zover de inhoud van het stuitingsrecht.
Dan wat de vorm betreft. Het Nederlandse regime is bescheiden van omvang. De kern is vervat in vier korte bepalingen. Geregeld zijn daar stuiting door: het instellen van een eis (3:316), door een schriftelijke aanmaning of mededeling (3:317) en door erkenning (art. 3:318 BW). Art. 3:319 BW regelt de gevolgen van stuiting. Het langste artikel kent drie leden. Naast deze vier artikelen zijn er tot slot twee artikelen over de verlenging van verjaring.
De Duitse stuitingsregeling is veel uitgebreider. De stuitingstitel is anderhalf keer zo lang als de titel waarin de toepasselijke termijnen en hun duur zijn geregeld. Er zijn zeven uitvoerige bepalingen over Hemmung en nog vier eveneens uitvoerige bepalingen over de figuren Ablaujhemmung en Neubeginn der Verjährung. Op één aspect van de — vanuit Nederlands perspectief — Duitse breedsprakigheid wil ik nader ingaan, te weten de wijze waarop de Duitsers verwoorden wat, in onze termen, moet worden verstaan onder een daad van rechtsvervolging. Ons art. 3:316 BW bepaalt:
"1. De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.
(...)
De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een handeling, strekkende tot verkrijging van een bindend advies, mits van die handeling met bekwame spoed mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en zij tot verkrijging van een bindend advies leidt. (• • •)"
De Duitse wetgever heeft getuige § 204 BGB niet willen volstaan met een min of meer open formulering als "iedere andere daad van rechtsvervolging". Om een indruk te geven van de mate van detail van de bepaling — niet zozeer om haar precieze inhoud — volgt hier weergave van § 204:
"(1) Die Verjährung wird gehemmt durch
die Erhebung der Klage auf Leistung oder auf Feststellung des Anspruchs, auf Erteilung der Vollstreckungsklausel oder auf Erlass des Vollstreckungsurteils,
die Zustellung des Antrags im vereinfachten Verfahren über den Unterhalt Minderjähriger,
die Zustellung des Mahnbescheids im Mahnverfahren,
die Veranlassung de Bekanntgabe des Güteantrags, der bei einer durch die Landesjustizverwaltung eingerichteten oder anerkannten Gütestelle oder, wenn die Parteien den Einigungsversuch einvernehümlich unternehmen, bei einer sonstigen Gütestelle, die Streitbeilegungen betreibt, eingereicht ist; wird die Bekanntgabe demnbchst nach der Einreichung des Antrags veranlasst, so tritt die Hemmung der Verjährung bereits mit der Einreichung ein,
die Geltendmachung der Aufrechnung des Anspruchs im Prozess,
die Zustellung der Streitverkündung,
die Zustellung des Antrags auf Durchführung eines selbständigen Beweisverfahrens,
den Beginn eines vereinbarten Begutachtungsverfahrens oder die Beauftragung des Gutachters in dem Verfahrens nach § 641a,
die Zustellung des Antrags auf Erlass eines Arrestes, einer einstweiligen Verfügung oder einer einstweiligen Anordnung, oder, wenn der Antrag nicht zugestellt wird, dessen Einreichung, wenn der Arrestbefehl, die einstweilige Verfbgung oder einstweilige Anordnung irmerhalb eines Monats seit Verkündigung oder Zustellung an den Gläubiger dem Schuldner zugestellt wird,
die Anmeldung des Anspruchs im Insolvenzverfahren oder im Schifffahrtsrechtlichen Verteilungsverfahren,
den Beginn des schiedsrichterlichen Verfahrens,
die Einreichung des Antrags bei einer Behörde, wenn die Zulässigkeit der Klage von der Vorentscheidung dieser Behörde abhängt und innerhalb von drei Monaten nach Erledigung des Gesuchs die Klage erhoben wird; dies gilt entsprechend für bei einem Gericht oder bei einer in Nummer 4 bezeichneten Gütestelle zu stellende Anträge, deren Zulässigkeit von der Vorentscheidung einer Behörde abhängt,
die Einreichung des Antrags bei dem höheren Gericht, wenn dieses das zuständige Gericht zu bestimmen hat und irmerhalb von drei Monaten nach Erledigung des Gesuchs die Klage erhoben oder der Antrag, für den die Gerichtsstandsbestimmung zu erfolgen hat, gestellt wird, und
die Veranlassung der Bekanntgabe des erstmaligen Antrags auf Gewährung von Prozesskostenhilfe; wird die Bekanntgabe demnächst nach der Einreichung des Antrags veranlasst, so tritt die Hemmung der Verjährung bereits mit der Einreichung ein."
De vraag rijst of het Nederlandse artikel dat de stuiting door rechtsvervolging regelt, art. 3:316 BW, een vergelijkbare opsomming zou moeten bevatten.
Tot zover het Duitse stuitingsregime. Thans volgt de bespreking van het Engelse stuitingsrecht.