Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/XI.1:XI.1 Inleiding
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/XI.1
XI.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178805:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Assink/Slagter 2013 (Deel 2), § 83, p. 1442 en Asser/Rensen 2-III 2017/86.
Zie de jurisprudentie zoals hierna aangehaald en zoals vermeld bij Assink/ Slagter 2013 (Deel 2), § 83, p. 1441 e.v.
Zie Hof Amsterdam 5 juni 2018, JOR 2019/98, m.nt. Van Vught (Boekel).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie het in verenigingsverband te bont maakt, riskeert een royement. Art. 2:35 lid 3 BW bepaalt dat ontzetting – dat is de wettelijke term – mogelijk is als een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt of handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten. Het bestuur royeert, zo regelt art. 2:35 lid 4 BW, tenzij de statuten de bevoegdheid tot ontzetting aan een ander orgaan opdragen. De geroyeerde kan tegen het royement in beroep bij de algemene ledenvergadering of een ander bij de statuten aangewezen orgaan of derde. Geen beroep staat open indien de algemene ledenvergadering het royementsbesluit in eerste instantie nam, maar de statuten kunnen anders voorzien. Hangende het beroep is het lid geschorst.
Het royement is duidelijk een besluit in de zin van Boek 2 BW.1 Veel minder helder is de status van de beroepsbeslissing, ofschoon die toch regelmatig bij de rechter wordt aangevochten.2 Neemt de beroepsinstantie een besluit? Of gaat het om vaststelling krachtens een vaststellingsovereenkomst? Dat is geen uitgemaakte zaak. De beroepsbeslissing hangt daardoor ergens tussen Boek 2 en Boek 7 BW. Haar mistige kwalificatie brengt onduidelijkheid over de weg die moet worden bewandeld om de beroepsbeslissing aan te tasten.
Dit hoofdstuk richt zich op het beroep tegen een royement, omdat die figuur vaak voorkomt maar toch omstreden is. Het navolgende gaat echter, mutatis mutandis, ook op voor andere beslissingen die besluit ofwel vaststelling kunnen zijn. Een voorbeeld is een zaak die recentelijk speelde bij het Hof Amsterdam. Het bestuur van advocatenkantoor Boekel beslist een partner te korten op zijn winstdeel over 2013 en 2014. De beslissing berust op de ‘Algemene Bepalingen’ van Boekel, die onderdeel zijn van een tussen de partner en het kantoor gesloten aansluitingsovereenkomst. Is het korten vaststelling, besluit of beide? Een vaststelling wordt getoetst aan art. 7:904 lid 1 BW, een besluit via art. 2:15 lid 1 BW. Een vaststelling is arbitrabel, een besluit niet. De kwalificatie doet ertoe.3
De keuze tussen besluit of vaststelling moet eerst worden gemaakt (§ 2), om vervolgens verder te kijken naar de begrippen besluit en orgaan (§ 3). Ten slotte komt aan bod hoe een beslissing in een royementsberoep kan worden aangetast (§ 4). Gelden de bepalingen van Boek 2 BW of toch die van Boek 7 BW?