NJB 2025/305:Verschoningsrecht getuige. Een bedrijfsarts wordt als getuige voorgebracht bij de raadsheer-commissaris. De bedrijfsarts doet een beroep op een verschoningsrecht. De raadsheer-commissaris verwijst de zaak naar de meervoudige kamer van het hof. Deze verwerpt het beroep op het verschoningsrecht. Hoge Raad: 1. Onmiddellijkheidsbeginsel. Nu de raadsheer-commissaris de zaak heeft verwezen naar de meervoudige kamer, had aan de partijen, onder wie de getuige, de gelegenheid moeten worden gegeven een mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de meervoudige kamer. 2. Verschoningsrecht bedrijfsarts. De wettelijke uitzondering op het beroepsgeheim van bedrijfsartsen is beperkt tot het verstrekken van gegevens die noodzakelijk zijn voor verzuimbegeleiding en re-integratie. Voor het overige is het medisch beroepsgeheim onverkort van toepassing op bedrijfsartsen. 3. Functioneel verschoningsrecht. Zeer uitzonderlijke omstandigheden. Er kunnen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin het functioneel verschoningsrecht wordt opgeheven. De omstandigheden dat de bedrijfsarts is ingeschakeld in het kader van een verplichte verzuimcontrole, dat geen sprake is van een behandelrelatie en dat de werkneemster toestemming heeft gegeven tot gegevensverstrekking, zijn echter, ook in onderlinge samenhang beschouwd, onvoldoende om het verschoningsrecht op te heffen.