Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie
Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.3.2:4.3.2 De grondslagleer
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.3.2
4.3.2 De grondslagleer
Documentgegevens:
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 januari 1933, NJ 1933, 588 en 591 m.nt. T. Desondanks heeft ook wel eens een rechtbank zich bevoegd verklaard die daarvoor geen aanknopingspunten in de tenlastelegging of het onderzoek ter zitting aanwezig vond: Rb Middelburg 27 november 1992, NJ 1993, 345.
HR 25 juni 1996, NJ 1996, 714 m.nt. Sch.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de rolverdeling tussen rechter en officier van justitie vloeit voort dat, omdat het tot de functie van het om behoort om de tenlastelegging op te stellen, de rechter in beginsel aan de inhoud van deze beschuldiging gebonden is. Hij mag geen inbreuk maken op de functies van het vervolgende orgaan door de tenlastelegging te wijzigen, en is niet bevoegd om de grondslag van de tenlastelegging te verruimen, en te veroordelen voor meer dan is tenlastegelegd. Weliswaar bepaalt de wet dat de rechtbank beraadslaagt op de grondslag van de tenlastelegging, en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting (artikel 348 en 350 Sv), maar daarbij is vooral de tenlastelegging van belang. Die grondslagleer geldt daarom niet alleen voor de beantwoording van de hoofdvragen van artikel 350 Sv, maar ook voor de voorvragen van artikel 348 Sv, waaronder de vraag naar de ontvankelijkheid van het om.1 Ook de bevoegdheid van de rechter moet worden beoordeeld aan de hand van de tenlastelegging, en niet op grond van anderszins gebleken omstandigheden.2
De rechter zal zijn bevoegdheid dus moeten bepalen aan de hand van hetgeen ten laste is gelegd, niet aan de hand van het feitelijk gebeurde. Uitzondering hierop is mogelijk als het gaat om de bevoegdheidsverdeling tussen de commune strafrechter en de militaire. Binding aan de grondslag van de tenlastelegging hoeft nog niet met zich mee te brengen dat, als de rechter in het onderzoek van de zaak kennis krijgt van omstandigheden die een zwaarder verwijt rechtvaardigen, hij dit niet in zijn straftoemeting zou mogen meewegen, mits die maar binnen het maximum van het tenlastegelegde feit blijft.
De mogelijkheden voor het om om de tenlastelegging op een specifieke delictsomschrijving toe te snijden zijn echter niet onbeperkt. Als er een geprivilegieerde specialis van toepassing is zal het om die moeten kiezen, en niet de generalis. Als hij anders zou doen, zou hij de expliciete bedoeling van de wetgever om de specifieke omstandigheden van dat delict minder strafwaardig te achten immers doorkruisen. Daarnaast zijn de gebruikelijke controlemechanismen van toepassing. Zo is bij het Gerechtshof beklag tegen niet-vervolging mogelijk, als een rechtstreeks belanghebbende van mening is dat de tenlastelegging op een ander delict had moeten worden toegesneden.3