Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/2.2.2
2.2.2 Wereldbank
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS345665:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Voetnoten
Voetnoten
R. Holzmann en R. Hinz, Old-age Income Support in the 21st Century, an international Perspective on Pension Systems and Reform,Washington D.C. (USA): TheWorld Bank 2005, p.1.
R. Holzmann en R. Hinz, Old-age Income Support in the 21st Century, an international Perspective on Pension Systems and Reform, Washington D.C. (USA): The World Bank 2005, p. 2.
G.J.B. Dietvorst, Van drie naar vijf pensioenpijlers, Vp-bulletin 2010/12. Zie Visser voor een andere benadering van het vijfpijlermodel van Dietvorst. Hij introduceert de zogenoemde Pensioenschijf van vijf. De vierde schijf wordt gevormd door het eigen vermogen, de vijfde door het menselijk kapitaal. M.R. Visser, Iedereen zijn eigen pensioenschijf van vijf, PensioenMagazine 2011/3, p. 31-34.
Immers, bij kapitaalgedekte stelsels die buiten de overheid zijn opgebouwd heeft de politiek minder invloed op de besteding van deze pensioengelden. Juist bij omslaggefinancierde eerstepijlerpensioenen heeft de politiek grote invloed op het stelsel. Zo kan een wetgever besluiten een systeem af te schaffen of drastisch te wijzigen. Politieke instabiliteit maakt een eerstepijlersysteem daarom kwetsbaar.
Zo is de dekkingsgraad van het overgrote deel van de Nederlandse pensioenfondsen sterk gedaald per ultimo 2008 als gevolg van een financiële en economische crisis.
Zie G.J.B. Dietvorst, Proposal for a pension model with a compensating layer, EC Tax Review 2007/3, p. 142-145.
R. Holzmann en R. Hinz, Old-age Income Support in the 21st Century, an international Perspective on Pension Systems and Reform, Washington D.C. (USA): The World Bank 2005, p. 3.
Pension Reform and the Developments of Pension systems, an evaluation of World Bank Assistance, Washington D.C. (USA): The World Bank 2006, p. 56.
De Wereldbank propageert sinds decennia pensioenhervormingen over de hele wereld en is betrokken geweest bij pensioenhervormingen in tachtig landen.1
De Wereldbank hanteert daarbij een vijfpijlermodel waarbij deze vijf pijlers niet per definitie overeenkomen met het Nederlandse driepijlermodel.
De door de Wereldbank voorgestelde vijf pijlers, waarvoor de Wereldbank overigens de nummering 0 tot en met 4 aanhoudt, zijn:2
Een sociaal vangnet dat een minimumniveau aan bescherming moet bieden. Deze pijler wordt niet gevoed door bijdragen/premies en is onderdeel van de sociale zekerheid (pijler 0).
De tweede pijler welke in meer of mindere mate gerelateerd is aan het inkomen. Deze pijler is bedoeld om een deel van het inkomen in de postactieve fase te vervangen en is veelal omslaggefinancierd.
Een verplichte derde pijler waarvan de waarde of aanspraak gepersonaliseerd is. In essentie dus een individuele kapitaalgedekte pensioenrekening.
Een niet-verplichte flexibele vorm van de derde pijler. Deze pijler kan op vele manieren gefinancierd worden, bijvoorbeeld uit eigen middelen of door stortingen van werkgevers. Het betreft altijd een kapitaalgedekte pijler.
Een informele bron van financiële en niet-financiële ondersteuning voor ouderen, bijvoorbeeld in de vorm van toegang tot gezondheidszorg en huisvesting. Dit betreft de vijfde pijler.
De Wereldbank merkt hierbij op dat variaties en tussenvormen nodig zijn om het systeem te laten aansluiten bij de voorkeuren en kenmerken van een land. De inrichting van een pensioensysteem op de genoemde manier moet zorgen voor een adequaat, betaalbaar, robuust en houdbaar pensioensysteem. Overigens wijkt het door de Wereldbank gepropageerde vijfpijlermodel af van het vijfpijlermodel van Dietvorst. Zijn vijfpijlermodel is een doorontwikkeling van het driepijlermodel waarbij de vierde pijler het menselijk kapitaal vertegenwoordigt en de vijfde pijler het privévermogen zoals de overwaarde in de eigen woning.3
Een goed en veelzijdig pensioensysteem vereist risicospreiding; een goed pensioensysteem moet een balans kennen tussen de pijlers en tussen de mate van omslagfinanciering en kapitaaldekking.
Een pensioensysteem dat te veel leunt op een omslaggefinancierde eerste pijler kent onder andere de volgende risico’s:
lage inkomsten indien het aantal ontvangers onevenredig groot is ten opzichte van het aantal premiebetalers (afhankelijkheidsratio ofwel grijze druk genoemd);
een slechte inschatting van toekomstige baten en lasten door onzekerheden in levensverwachting en ontwikkelingen in de financiële markten;
de omslagfinanciering maakt de eerste pijler (te) gevoelig voor demografische en politieke risico’s.
Een pensioensysteem met een sterke kapitaalgedekte tweede pijler beschermt individuen tegen een aantal van de risico’s die horen bij de eerste pijler. Zo is een tweedepijlerpensioen beter bestand tegen politieke instabiliteit.4 Een belangrijke reden om een pensioensysteem in een land te hervormen is als de kosten van de eerste pijler tot economisch en financieel ongezonde hoogte zijn gestegen. Deze omslaggefinancierde eerste pijler wordt onbetaalbaar door vergrijzing, een dalende beroepsbevolking en toenemende levensverwachting. Kosten nemen toe terwijl belasting-/premie-inkomsten afnemen. Een volledige afhankelijkheid van de tweede pijler is overigens evenzeer onverstandig. Zo biedt een tweede pijler geen pensioenen aan werklozen en is een kapitaalgedekte tweede pijler kwetsbaarder voor financiële en economische ontwikkelingen dan een omslaggefinancierde eerste pijler.5 Een eerste pijler kan daarmee altijd een basisinkomen ‘garanderen’ zoals een tweede pijler dat in essentie niet kan.
Een pensioensysteem dat voornamelijk is gebaseerd op de derde pijler heeft veel gemeenschappelijke voordelen in vergelijking met een pensioensysteem dat sterk leunt op de tweede pijler. Echter, vanwege het zuiver vrijwillige karakter van de derde pijler en de afwezigheid van de relatie met de werkgever, brengt een te grote afhankelijkheid van de derde pijler het risico met zich mee dat er onvoldoende pensioen wordt opgebouwd om na pensionering de levensstandaard op peil te houden. Een derde vrijwillige pijler is dan ook het sluitstuk om een inadequaat pensioen in de eerste en tweede pijler te compenseren of repareren.6
Een pensioensysteem dat gebaseerd is op meerdere pijlers en meerdere financieringsmethoden (omslag en kapitaaldekking) is minder kwetsbaar, spreidt risico’s en verantwoordelijkheden en is beter in staat om armoede bij ouderdom te voorkomen en zorgt ervoor dat het inkomen verspreid over het leven wordt genoten. Ook is een meerpijlersysteem beter in staat de politieke, economische en demografische risico’s te adresseren.7 Een meerpijlersysteem heeft daarom de voorkeur boven een systeem waarbij een te grote afhankelijkheid bestaat van één pijler.
Vervolgens is de vraag hoe de kenmerken van de verschillende pijlers idealiter zouden moeten luiden en wat een juiste balans tussen deze pijlers is. Op deze vraag geeft ook de Wereldbank geen antwoord. Een en ander hangt volledig af van de bestaande situatie en specifieke kenmerken van een land. Van belang hierbij is dat de Wereldbank zich voor wat betreft pensioenhervormingen richt op landen met een minder, zo niet onontwikkeld, pensioensysteem. De inspanningen van de bank zijn gericht op het voorkomen van armoede bij ouderen.8 Dit betekent dat de bank zich in de praktijk bezighoudt met het opzetten/verbeteren van een eerste pijler, het effect op de openbare financiën, de eerste stappen naar een kapitaalgedekte tweede pijler, de ontwikkeling van toezichtkaders, de soliditeit van de financiële markt in een land et cetera. De aandacht van de Wereldbank richt zich niet primair op de rijke landen met een goed ontwikkeld pensioensysteem. Het vraagstuk van de beste verdeling tussen de pijlers is er dan ook eerder een die aan de orde is bij landen die reeds een ontwikkeld pensioensysteem hebben. Een exacte verdeling tussen de pijlers is voor het referentiekader in dit hoofdstuk niet van belang.