AB 2010, 90
Verbinden van een voorschrift aan een vergunning mag niet feitelijk neerkomen op (gedeeltelijke) intrekking van die vergunning.
RvS 03-03-2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL6194, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
Raad van State
- Datum
3 maart 2010
- Magistraten
Mrs. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, G.N. Roes, Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Zaaknummer
200901592/1/M1
- Noot
R. Ortlep
- LJN
BL6194
- JCDI
JCDI:ADS874220:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2010:BL6194, Uitspraak, Raad van State, 03‑03‑2010
- Wetingang
Wm art. 8.1 lid 1, 8.23lid 1 en 8.25
Essentie
Verbinden van een voorschrift aan een vergunning mag niet feitelijk neerkomen op (gedeeltelijke) intrekking van die vergunning.
Samenvatting
Uit art. 8.1, eerst lid, gelezen in samenhang met art. 8.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer, volgt dat bij toepassing van laatstgenoemd artikel de grondslag van de aanvraag om de onderliggende vergunning niet mag worden verlaten. Voorts mag de toepassing van dit artikel niet tot gevolg hebben dat de vergunde bedrijfsvoering onmogelijk wordt. Dit zou neerkomen op een intrekking van de vergunning, waartoe art. 8.23 niet de bevoegdheid geeft.
Volgens hoofdstuk 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.