Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.5.4.1
2.5.4.1 Bestuurdersaansprakelijkheid bij niet-voldoen aan de jaarrekeningenplicht
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648863:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Commissarissen kunnen hoofdelijk aansprakelijk zijn wanneer vast komt te staan dat de commissarissen op kennelijk onbehoorlijke wijze toezicht op het bestuur hebben gehouden en het bestuur op onbehoorlijke wijze hebben geadviseerd. Zie in dit kader onder meer Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, JOR 2013/237; Rb. Utrecht 12 december 2007, JOR 2008/10; Rb. Maastricht 22 augustus 1996, JOR 1997/2 en HR 12 februari 2016, JOR 2016/223.
Hetgeen neerkomt op het bedrag van de schulden voor zover die niet door vereffening van de boedel kunnen worden voldaan.
Bestuurders kunnen in eerste instantie hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens derden wanneer de jaarrekening en/of het bestuursverslag misleidend zijn. De grondslag voor aansprakelijkheid wordt gegeven in artikel 6:162 BW.
Op grond van artikel 2:248 BW kunnen bestuurders1 van een rechtspersoon die in staat van faillissement verkeert hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het boedeltekort.2 Voorwaarde is dat het bestuur in een periode van drie jaren voorafgaand aan het faillissement zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het niet of niet tijdig voldoen aan een correcte naleving van de jaarrekeningenplicht kan leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders omdat dit kwalificeert als een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur. Wanneer de vrijstelling van artikel 2:403 BW niet van toepassing is, geldt in principe dat de rechtspersoon haar jaarrekening wel (tijdig) dient te deponeren. Is de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd, dan wordt aangenomen dat het bestuur van de betreffende rechtspersoon haar taak onbehoorlijk heeft vervuld.