Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.1
3.5.1 Wettelijke structuur van de commanditaire vennootschap in de Verenigde Staten
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS449879:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Siems (2009), p. 768, Cahn & Donald (2010), p. 41.
Behalve Louisiana, waar de equivalent van de commanditaire vennootschap de Partnership in Commendam heet; zie Louisiana Civil Code, art. 2836 e.v. Als voormalige Franse kolonie kent Louisiana als enige Amerikaanse staat een burgerlijk recht dat nog altijd hoofdzakelijk op het Romeinse recht is gebaseerd, al wordt de invloed van de common law steeds sterker; zie Yiannopoulos (1980), p. 842-847.
‘An Act relative to Partnerships, passed April 17, 1822’, in: Laws of the State of New-York passed at the Forty-Fifth Session of the Legislature, begun and held at the City of Albany the First Day of January, 1822, p. 259-261. Hierover: Fisher (1886), p. 849, Bates (1886), p. 20, Lewis (1917), p. 716, Hilt & O’Banion (2009), p. 619-622.
Troubat (1853), p. 25-26, Parsons (1878), p. 572-573, Bates (1886), p. 20. De limited partnership is wel beschreven als een van de eerste zaken die de Verenigde Staten uit Europa heeft geïmporteerd; zie Kessler (1979), p. 159. De wettelijke regeling van de limited partnership was tevens de eerst wetgeving van de staat New York die niet gebaseerd was op de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk; zie Parsons (1878), p. 573.
New Mexico, zie Lewis (1917), p. 716.
Bates (1886), p. 20-22, Lewis (1917), p. 716, Basile (1985), p. 1202.
De National Conference of Commissioners on Uniform State Laws, in verkorte vorm ook wel Uniform Law Commission genoemd, is een sinds 1882 bestaande non-profit organisatie die zich krachtens art. 1 lid 2 van haar statuten ten doel stelt de uniformiteit van het recht in de verschillende staten van de VS te bevorderen. Zij doet dit in het bijzonder door geheel uitgewerkte wetteksten te ontwerpen die elke Amerikaanse staat integraal in zijn wetgeving kan overnemen, overigens zonder daartoe verplicht te zijn. Zie www.uniformlaws.org.
UPA § 6(2), RUPA § 104, RULPA 1976, § 403 en § 1105.
Bromberg & Ribstein (2002), p. 388-389, Kleinberger (2004), p. 585-587 en p. 609-611.
Kleinberger (2004), P. 609-611.
Zie voor een overzicht: http://www.law.cornell.edu/states/index.html.
Zie http://www.uniformlaws.org/Committee.aspx?title=Harmonization%20of%20Business %20Entity%20Acts.
RULPA 1976, § 101(7), ULPA 2001, § 102(11).
RULPA 1976, § 303 (a), ULPA 2001, § 303.
RULPA 1976, § 102(2). Volgens dat artikel is het naamvoeringsverbod niet van toepassing indien de limited partner tevens de general partner is of indien onderneming van de limited partnership de naam van de limited partner al bevatte vóór diens toetreding tot de vennootschap. Deze laatste uitzondering op het naamvoeringsverbod kent het Nederlandse recht ook; zie art. 30 lid 2 WvK.
ULPA 2001 § 404 (c). Zie Kleinberger (2004), p. 619-625.
RULPA § 201(a), ULPA 2001 § 201(a).
ULPA 2001 § 108(c).
RULPA 1976 § 102(1), ULPA 2001 § 108(b).
Kleinberger (2004), p. 611-615.
Dit wordt gezien als een belangrijke verbetering ten opzichte van UPA, die niet duidelijk maakt van welke harer bepalingen partijen kunnen afwijken; zie Hillman, Vestal & Weidner (1998), p. 37-38.
Zie hierover Bromberg & Ribstein (2002), p. 404-407.
RUPA § 201(a). Zie over deze kwalificatie naar Nederlandse rechtspersoonlijkheidsopvattingen: Blanco Fernández & Van Olffen (2007), p. 11.
Hillman, Vestal & Weidner (1998), p. 70, Moye (1998), p. 37, Bromberg & Ribstein (2002), p. 18. In een eerder ontwerp van UPA was wel expliciet bepaald dat de partnership rechtspersoon was; zie Crane (1952), p. 9-21, in het bijzonder p. 18, voetnoot 31.
Voor omzetting zie ULPA 2001, § 1102(a) e.v. ; voor fusie zie ULPA 2001, § 1106(a) e.v.
RUPA § 902-903. Zie hierover Hillman, Vestal & Weidner (1998), p. 315-337.
Moye (1998), p. 64-68 en p. 112-113. Zie ook de website van de Amerikaanse belastingdienst: http://www.irs.gov/businesses/partnerships/index.html.
Hillman, Vestal & Weidner (1998), p.137-143 en p. 338-349. Zie voor een uitvoerige Nederlandstalige beschrijving van de achtergrond en de wettelijke structuur van de Amerikaanse Limited Liability Partnership: Blanco Fernández & Van Olffen (2007), p. 7-29.
Hamilton (1995), p. 1065-1071, Hillman, Vestal & Weidner (1998), p. 341, Stover & Hamill (1999), p. 815-816, Bromberg & Ribstein (2002), p. 3-17, Maurice (2007), p. 384-385.
Kleinberger (2009), p. 455.
Bromberg & Ribstein (2002), p. 17, p. 19-21 en p. 109-128, Vermeulen (2003), p. 116, Maurice (2007), p. 386.
Hillman, Vestal & Weidner (1998), p. 341, Siems (2009), p. 770.
In de Verenigde Staten valt het personenvennootschapsrecht onder de wetgevende bevoegdheid van de afzonderlijke staten; de federale overheid speelt op dit terrein geen rol.1 De eerste staat die wetgeving introduceerde met betrekking tot de limited partnership, zoals ook in de Verenigde Staten het equivalent van de commanditaire vennootschap is genaamd,2 was New York in 1822.3 De Franse regeling van de société en commandite heeft bij het ontwerpen hiervan als inspiratiebron gediend.4 In de decennia daarop kwamen op één na5 alle staten met eigen wetgeving op de limited partnership, waarvan de tekst was gemodelleerd naar het voorbeeld van New York.6 In 1916 publiceerde de National Conference of Commissioners on Uniform State Laws7de Uniform Limited Partnership Act (‘ULPA 1916’). In 1976 liet deze organisatie een grondig herziene tekst het licht zien, de Revised Uniform Limited Partnership Act (‘RULPA 1976’), die in 1985 op onderdelen is aangepast (‘RULPA 1985’). In 2001 werd door deze Commissioners een volledig nieuw geconcipieerde tekst opgesteld die aanvankelijk als Re-RULPA werd aangeduid en thans weer de Uniform Limited Partnership Act wordt genoemd (‘ULPA 2001’). Wetstechnisch is deze fundamenteel anders van opzet dan ULPA 1916, RULPA 1976 en RULPA 1985. Deze waren bedoeld als aanvulling op de regelgeving ter zake van de general partnership zoals opgenomen in de eveneens door de National Conference of Commissioners on Uniform State Laws opgestelde Uniform Partnership Act uit 1914 (‘UPA’) en de Revised Uniform Partnership Act, die uit 1992 stamt en sindsdien herhaaldelijk is gewijzigd (‘RUPA’). De daarin opgenomen regels zijn op de limited partnership van toepassing voor zover ULPA 1916, RULPA 1976 of RULPA 1985 niet voorzien in een specifiek op de limited partnership toegesneden regeling.8ULPA 2001 verbreekt deze band en incorporeert de voor de limited partnership relevante onderdelen van RUPA in ULPA 2001 zelf.9 Daarmee is deze laatste anders dan haar voorgangers als een stand-alone wet te beschouwen.10 Nagenoeg iedere staat behalve Louisiana heeft inmiddels RULPA 1976, RULPA 1985, of – in groeiende getale – ULPA 2001 in zijn wetgeving overgenomen, op doorgaans ondergeschikte punten aangepast aan zijn eigen wensen en behoeften.11 De National Conference of Commissioners on Uniform State Laws is inmiddels bezig met een project dat ten doel heeft de opzet en redactie van alle door haar tot nu toe opgestelde modelwetten voor niet-kapitaalvennootschappen te harmoniseren.12 In dat kader heeft zij een concept voor een herziening van ULPA 2001 het licht doen zien, die Harmonized Uniform Limited Partnership Act (‘HULPA 2011’) wordt genoemd. Dit concept is nog niet definitief vastgesteld en heeft dus nog geen status. In de hierna volgende beschrijving van het recht betreffende de limited partnership in de Verenigde Staten zal dan ook slechts aandacht worden besteed aan RULPA 1976, al dan niet gewijzigd door RULPA 1985 (en waar nodig inclusief UPA of RUPA), en ULPA 2001.
De limited partnership bestaat ook in de Verenigde Staten uit tenminste één in beginsel onbeperkt voor de schulden van de vennootschap aansprakelijke vennoot, de general partner, en daarnaast ten minste één commanditaire vennoot, de limited partner.13 Deze laatste is normaliter voor verbintenissen van de vennootschap jegens derden niet verbonden.14 Dat is onder RULPA 1976 onder meer anders wanneer de naam van de limited partner in de naam van de vennootschap voorkomt.15 Dit naamvoeringsverbod is in ULPA 2001 afgeschaft: volgens § 108(a) mag de naam van een limited partnership de naam van elke vennoot bevatten. Een fundamentele koerswijziging van ULPA 2001 ten opzichte van haar voorgangers is dat § 102(9) daarvan de vennoten toestaat overeen te komen dat ook de general partner slechts beperkt voor schulden van de vennootschap aansprakelijk is. Een op deze wijze gestructureerde limited partnership wordt limited liability limited partnership genoemd en is wat persoonlijke aansprakelijkheid van de vennoten betreft met een kapitaalvennootschap te vergelijken.16 Een limited partnership ontstaat door het deponeren van een zogeheten certificate of limited partnership bij een overheidsinstantie, doorgaans het office of the secretary of state, in de staat van oprichting van de vennootschap.17 Om de status van limited liability limited partnership te verwerven moet deze uitdrukkelijk in dit certificate worden opgegeven. De naam van een dergelijke vennootschap moet de woorden limited liability limited partnership, desgewenst afgekort tot LLLP, bevatten.18 Voor een gewone limited partnership geldt dat haar naam de woorden limited partnership, desgewenst afgekort tot LP, dient te bevatten.19 Een andere opvallende noviteit van ULPA 2001 is het vervallen van het vereiste dat het doel van de limited partnership van commerciële aard is. Terwijl RULPA 1976 in § 106 nog voorschrijft dat de vennootschap may carry on any business, bepaalt ULPA 2001 in § 104(b) dat een limited partnership any lawful purpose mag hebben.20 Ook ter zake van het bestuursverbod slaat ULPA 2001 nieuwe wegen in. Aangezien dit onderwerp in 3.5.3 uitvoerig aan de orde zal komen laat ik dit hier nu rusten. In verband met dit bestuursverbod is het wel van belang nu al op te merken dat RULPA 1976 in § 201(a)(4) bepaalt dat de namen van alle vennoten, dus met inbegrip van die van de limited partners, in het certificate of limited partnership moeten worden opgenomen en daarmee voor derden kenbaar zijn. Bij de wijzigingen van RULPA 1976 in 1985 is deze regel althans voor de namen van de limited partners weer geschrapt; onder ULPA 2001 keert zij niet terug. Overigens bevat alle genoemde regelgeving in hoofdzaak aanvullend recht: het uitgangspunt van de contractsvrijheid op dit terrein is wettelijk verankerd in § 103(a) RUPA, waarna in § 103(b) een limitatieve opsomming volgt van onderwerpen waarover partijen niet vrijelijk overeen kunnen komen.21ULPA 2001 volgt in § 110 een zelfde stramien.22 De vraag of de limited partnership rechtspersoonlijkheid bezit wordt door RULPA 1976 zelf niet beantwoord en hangt daarmee af van de vraag of in de betrokken staat naast RULPA 1976 aanvullend UPA of RUPA op de limited partnership van toepassing is. RUPA bepaalt ondubbelzinnig dat een partnership een van de afzonderlijke partners te onderscheiden eenheid is, en daarmee zal kunnen worden aangemerkt als rechtspersoon zoals opgevat in het Nederlandse recht.23 In UPA ontbreekt een dergelijke bepaling; een onder UPA vallende partnership vertoont zowel trekken van een rechtspersoon als van een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid.24 Onder ULPA 2001 is de situatie wel duidelijk: zij bepaalt in § 104(a) kortweg dat de limited partnership een van de partners te onderscheiden eenheid is. Blijkens § 101 (10) jº § 101(7) RUPA kunnen niet alleen natuurlijke personen, maar ook kapitaalvennootschappen, personenvennootschappen en verenigingen partner zijn in een partnership. § 102(14) jis § 102(8) en § 102(10) ULPA 2001 is nog ruimhartiger en staat toe dat daarnaast ook trusts, joint ventures en tal van overheidsinstellingen partner kunnen zijn, en daarmee zowel general partner als limited partner. Onder ULPA 2001 kan een limited partnership zich omzetten in en fuseren met tal van andere commerciële samenwerkingsvormen, zowel van personenvennootschapsrechtelijke als kapitaalvennootschapsrechtelijke aard; het omgekeerde is eveneens mogelijk.25 Onder RUPA is naast omzetting van een limited partnership in een general partnership en omgekeerd slechts fusie met een andere general of limited partnership mogelijk.26 Fiscaal is de limited partnership transparant, althans voor directe belastingen: haar resultaat wordt niet bij de limited partnership zelf in de heffing van deze belastingen betrokken, maar ieder van haar partners wordt naar het voor hem geldende fiscale regime belast voor het aan hem of haar toe te rekenen deel van dit resultaat.27
Hoewel strikt genomen geen limited partnership verdient ten slotte, al is het maar om verwarring te voorkomen, ook de limited liability partnership (‘LLP’) hier vermelding. Dit is een speciale vorm van de general partnership, die daardoor wordt gekenmerkt dat de general partners krachtens § 306(c) RUPA niet aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap.28 Dat is ook de bestaansreden van de LLP: zij is eind vorige eeuw in het leven geroepen met het oogmerk general partners van advocaten- en accountantskantoren een – tot dan toe voor deze beroepsgroepen niet beschikbare – rechtsvorm ter beschikking te stellen die hen zou beschermen tegen onbeperkte en niet-verzekerbare aansprakelijkheid voor beroepsfouten van hun medevennoten.29 De eerste staat die de oprichting van een LLP mogelijk maakte was Texas in 1991; sindsdien hebben alle staten in een hoog tempo een wettelijke regeling van de LLP gelanceerd.30 Overigens hebben zij de deze rechtsfiguur kenmerkende aansprakelijkheidsbeperking op uiteenlopende wijze vormgegeven: in een groot aantal staten strekt deze zich bijvoorbeeld niet slechts uit tot verbintenissen uit onrechtmatige daad maar tot alle verbintenissen ongeacht hun bron,31 of geldt zij slechts voor LLPs waarvan de leden vrije-beroepsbeoefenaren zijn.32 Het verschil met de eerder genoemde LLLP is dat de LLP als variant van de general partnership slechts general partners kent die allen bevoegd zijn de vennootschap te besturen en te vertegenwoordigen, terwijl de LLLP een variant is van de limited partnership die naast de bestuursbevoegde general partners ook limited partners kent, die in beginsel geen bestuursbevoegdheid hebben.