Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.E.1.0
0. Introductie
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS473729:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2006, 667.
Besluit houdende wijziging van het Besluit herverkaveling, Stb. 2009, 397. Hierna tevens: BILG. H.W. Mojet, ‘Landinrichting in de WILG en het overgangsrecht bij projecten’, p. 282, wijst er in dit kader op dat het Besluit herverkaveling nagenoeg gelijkluidend was aan het Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden (Stb. 2006, 243), welk besluit is ‘omgehangen’, waarbij het een grondslag o.g.v. de WILG kreeg.
Zie voor een bespreking van dit besluit tevens B.F. Preller, ‘Regels voor kavelruil aangevuld bij het Besluit inrichting landelijk gebied’. Zie tevens B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil’, in: JBN 2007/10.
Kamerstukken II 2005/2006, 30509, nr. 20, ingediend door de heer Slob. Zie voor een uitgebreide bespreking onderdeel A.2.c. van dit hoofdstuk.
Aanvankelijk was dit artikel genummerd als 87a.
B.F. Preller, ‘Regels voor kavelruil aangevuld bij het Besluit inrichting landelijk gebied’, p. 5. De grondstof voor dit onderdeel is grotendeels ontleend aan deze bijdrage van Preller.
Stb. 2009, 397, p. 3-4. Het onderdeel ‘algemeen’ bevat de door B.F. Preller in diens Rapport (Commissie Wilg, ‘Advies over de Wet Inrichting landelijk gebied (Wilg)’) en JBN (B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil’) aangegeven noodzakelijke verduidelijkingen (behoudens ten aanzien van de toetredersregeling) en zijn daarmee onderdeel van de AMvB.
B.F. Preller, ‘Regels voor kavelruil aangevuld bij het Besluit inrichting landelijk gebied’, p. 5. Zie over de rechtspraak onderdelen G.6.b en G.6.j. van het vorige hoofdstuk.
Zie Notamail 2009/237. Zie tevens J.W.A. Rheinfeld, ‘Kavelruil anno 2010: de stand van zaken’. Zie ten slotte B.F. Preller, ‘De Wet inrichting landelijk gebied en kavelruil II’.
Met ingang van 1 januari 2010 is het Besluit Herverkaveling1 aangepast en omgedoopt tot het Besluit inrichting landelijk gebied.2 Deze AMvB is verschenen na langdurig overleg tussen het Ministerie van LNV en de KNB.3 De komst van deze AMvB was al geruime tijd aangekondigd. Tijdens de parlementaire behandeling van de WILG is immers bij amendement4 een wetsartikel (artikel 88 WILG)5 toegevoegd op grond waarvan diverse nog openstaande praktijkvragen op een later tijdstip konden worden beantwoord.6 Beantwoording van deze vragen is essentieel, omdat de praktijk gebaat is bij duidelijkheid en zekerheid met betrekking tot de aan een overeenkomst van kavelruil te stellen eisen. Bovendien raken de praktijkvragen onder meer de rechtsgeldigheid van concrete kavelruilovereenkomsten.
Het onderdeel ‘algemeen’ van de Nota van Toelichting bij de AMvB7 toont aan dat nog het nodige moest worden verduidelijkt. Preller spreekt in dit kader van een noodzakelijke verduidelijking ter bepaling van de juiste omvang en inhoud van het instrument kavelruil (die niet voldoende kenbaar was, getuige onder meer de rechtspraak in de jaren 1999-2005).8 In de Nota van Toelichting zijn, onder de kop ‘kavelruil algemeen’, de volgende praktijkvragen beantwoord:9