NJ 2026/11
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, is ontoereikend gemotiveerd.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1781
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04942
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD39472:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1781, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:962, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑09‑2024
- Wetingang
Art. 416 Sv
Essentie
In een door het hof als schriftuur houdende grieven aangemerkte e-mail zijn bezwaren tegen het vonnis en onderzoekswensen naar voren gebracht, maar de raadsman van wie de e-mail afkomstig is, heeft zich aan de verdediging onttrokken en uit het latere procesverloop blijkt niet dat de verdachte de grieven heeft willen handhaven. Het hof verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Samenvatting
De niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep is ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat het hof de door de advocaat verstuurde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.