NJF 2019/408
Procesrecht. Partij blijft partij in het geding, ook na annexatie van de vestigingsplaats door Rusland. Het Nederlandse museum mag zich op opschorting beroepen in verband met de verbintenis tot teruggave. Beperkte uitlegging van begrip “uitvoer” in Erfgoedwet.
Hof Amsterdam 16-07-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2427
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
16 juli 2019
- Magistraten
Mrs. D.J. Oranje, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- Zaaknummer
200.212.377/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2021:3201, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑10‑2021
ECLI:NL:GHAMS:2019:2427, Uitspraak, Hof Amsterdam, 16‑07‑2019
- Wetingang
Art. 8 Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen; art. 6:37, 6:258 BW; art. 1011a Rv; art. 6.3. 6.7 Erfgoedwet
Essentie
Procesrecht. Partij blijft partij in het geding, ook na annexatie van de vestigingsplaats door Rusland. Het Nederlandse museum mag zich op opschorting beroepen in verband met de verbintenis tot teruggave. Beperkte uitlegging van begrip “uitvoer” in Erfgoedwet.
Samenvatting
Vervolg op NJF 2017/42. Juridische strijd om de Krimschatten tussen de Staat Oekraïne en door, in verband met de annexatie/aansluiting van de Krim bij de Russische Federatie, op de Krim gevestigde musea. Het hof verwerpt het verweer van de Staat Oekraïne dat de Krim Musea, omdat ze in Russische sfeer terecht zijn gekomen, spookpartijen zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.