Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.3:5.3 Werking in de praktijk
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.3
5.3 Werking in de praktijk
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS499897:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Herhaaldelijk door de respondenten aangehaald als ‘met het gehuurde omgaan alsof het je eigendom aangaat’.
Het nakomen van de wet en het niet handelen in strijd met de openbare orde c.q. fatsoenlijk gedrag vertonen c.q. handelen zoals in het maatschappelijk verkeer betaamt wordt ook een enkele keer genoemd, maar aanmerkelijk minder dan het nakomen van de huurovereenkomst.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragrafen kwam de vraag aan de orde in hoeverre goed huurderschap als wettelijke bepaling zinvol is, nu de wet al regelt dat partijen zich redelijk en billijk naar elkaar moeten opstellen. Het overgrote deel van de respondenten ziet de zin van een wettelijk geregeld goed huurderschap wel in:
Diverse respondenten beschrijven de open norm ‘goed huurderschap’ als een lex specialis van de redelijkheid en billijkheid. Ook de aanduiding ‘kapstokartikel’ bij het verwijzen naar de wettelijke regeling van goed huurderschap wordt meermaals gebruikt.
Uit de gegeven toelichtingen blijkt dat diverse respondenten goed huurderschap als een verdergaande (strengere) verplichting en een meer concrete norm (enger) zien dan redelijk gedrag. Vooral dat laatste – dat sprake is van een specifieke norm voor de huurder (een invulling van de redelijkheid en billijkheid) die daardoor mogelijk ook meer nadruk krijgt – voegt volgens diverse respondenten iets toe en vergroot voor een enkeling de rechtszekerheid (preciezere wetgeving geeft duidelijkere richtlijnen voor de partijen en de rechter). Daarbij wijst een van de respondenten erop dat het onderscheid tussen de beide open normen blijkt uit het feit dat de redelijkheid en billijkheid ertoe kan leiden dat een huurder zich niet als een goed huurder hoeft te gedragen.
Uit de reacties die zijn gegeven bij het beantwoorden van de vraag of de aparte wettelijke bepaling inzake goed huurderschap zinvol is, blijkt dat verschillend wordt gedacht over het toepassingsbereik van deze open norm. Zo wordt redelijkheid en billijkheid door een enkeling gezien als een gedragsnorm (eenieder moet zich redelijk gedragen) en goed huurderschap meer toegespitst op de functie als huurder. Een ander ziet redelijkheid en billijkheid als de wijze waarop je je dient te gedragen naar andere personen en goed huurderschap als de wijze waarop je om dient te gaan met het gehuurde. Weer een andere respondent ziet redelijkheid en billijkheid als een norm die te gebruiken is bij contracten en meningsverschillen, daar waar goed huurderschap invulling geeft aan hoe men zich hoort te gedragen en het gehuurde hoort te exploiteren. Weer een ander ziet goed huurderschap juist als een meer omvattende norm dan de verplichting van de huurder om zich redelijk te gedragen in relatie met de verhuurder, omdat goed huurderschap verder gaat dan de relatie tussen partijen (het kan bijvoorbeeld ook betrekking kan hebben op gedrag naar derden zoals omwonenden). Een enkeling ziet tot slot geen direct verband tussen redelijkheid en billijkheid enerzijds en goed huurderschap anderzijds.
Aan de respondenten is tevens gevraagd wat volgens hen de belangrijkste voorwaarden zijn om van gedrag als goed huurder te spreken. Enkele invullingen blijven relatief open, zo noemen diverse respondenten de verplichting om goed/netjes/zorgvuldig om te gaan met het gehuurde1 of om de belangen van de verhuurder te respecteren.
Een enkeling geeft aan geen antwoord te kunnen geven op de gestelde vraag, bijvoorbeeld omdat ze het lastig vinden een open norm in te kleuren of menen dat dit onmogelijk is (omdat het bijvoorbeeld afhangt van het type onroerend goed dat wordt gehuurd).
De meeste respondenten geven de volgende verplichtingen aan waar de huurder aan moet voldoen om van goed huurderschap te kunnen spreken:
geen schadelijk gedrag vertonen/geen overlast veroorzaken/letten op de omgeving van het gehuurde;
de tegenprestatie voldoen (huur betalen);
het gehuurde goed onderhouden;
de huurovereenkomst nakomen2;
het gehuurde gebruiken volgens de contractuele bestemming (een enkeling spreekt ook over een feitelijke exploitatieplicht).
Opvallend is dat diverse malen een goede communicatie door de huurder dan wel bereikbaarheid van de huurder als een onderdeel van goed huurderschap wordt genoemd. Kennelijk is het voor verhuurders in de praktijk een belangrijk aspect dat desgewenst goed met de huurders gecommuniceerd kan worden.