RVR 2023/74
Inbezitneming. Welke bezitsdaden zijn voldoende voor een geslaagd beroep op verkrijgende verjaring?
HR 30-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:1010
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 juni 2023
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
21/05249
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS858106:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1010, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:295, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Bezit. Verjaring. Inbezitneming. Verkoop en levering.
Welke bezitsdaden zijn voldoende voor een geslaagd beroep op verkrijgende verjaring? Kunnen deze bezitsdaden worden afgeleid uit een situatie zoals men die op enig moment aantreft?
Samenvatting
B is eigenaar van een met een woonhuis bebouwd perceel. A is eigenares van een aangrenzend perceel ook met een woonhuis, een voormalige school. Tot voor kort was een strook grond die kadastraal tot het perceel van A behoort, van de rest daarvan afgescheiden door de muur van een fietsenstalling. Deze strook grond stond in open verbinding met het perceel dat nu eigendom is van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.