M en R 2026/22
Geen doorbreking van strafrechtelijke immuniteit gemeente op grond van art. 2 EVRM.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1774, m.nt. M. Velthuis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Borgers, Van Strien, Kuijer, Caminada, Posthumus
- Zaaknummer
24/02651
- Noot
M. Velthuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD45174:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1774, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:922, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Geen doorbreking van strafrechtelijke immuniteit gemeente op grond van art. 2 EVRM.
Samenvatting
Economische zaak. OM-cassatie. OM niet-ontvankelijk in vervolging t.z.v. nalaten van handhavend optreden tegen en instemmen met overschrijdingen van uitstootnormen van giftige stoffen in een aan bedrijf verleende vergunning, art. 10.1 Wet Milieubeheer. Strafrechtelijke immuniteit gemeente. Verplicht art. 2 EVRM tot doorbreking van immuniteit?
HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:1607 m.b.t. strafrechtelijke immuniteit van openbaar lichaam. Art. 2 EVRM beschermt recht op leven. Volgens rechtspraak EHRM omvat deze bepaling mede positieve verplichting van verdragsstaat om passende maatregelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.