Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/7.4:7.4 Conclusie
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/7.4
7.4 Conclusie
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS582746:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 107 GemW. Stb. 2002/111; Kamerstukken II 27751.
Art. 33 lid 1 GemW. Oorspronkelijk in 1992 in de Gemeentewet gekomen vanwege het amendement Stoffelen/Van der Burg Kamerstukken II 1989/90, 19403, 32.
Art. 33 lid 1 GemW. Stb. 2002/111; Kamerstukken II 27751.
Art. 33 lid 2 GemW. Stb. 2002/111; Kamerstukken II 27751.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De centrale vraag in dit onderzoek luidt ‘Hoe is het recht op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning ontstaan en op welke wijze is dit recht – zoals geregeld in artikel 33 van de Gemeentewet – verankerd in lokale regelingen; welke praktische gevolgen heeft dit voor de (inhoudelijke) ondersteuning van de raad en voor de (juridische) positie van de betrokken gemeenteambtenaren?’
In de hoofdstukken hiervoor zijn deze vragen uitgewerkt, is gepoogd ze te beantwoorden en is een aantal scenario’s geschetst, waarbinnen verbeteringen in de vigerende wet- en regelgeving zou kunnen worden aangebracht.
Populair geformuleerd komt de vraagstelling erop neer of de verschillende wetswijzigingen, die gericht waren op het versterken van de inhoudelijke ondersteuning van de gemeenteraad, de fracties in deze raad en de leden van de raad (er kwam een griffie,1 het recht op ambtelijke bijstand2 werd ingevoerd en vervolgens verstevigd3 en er kwam een recht op fractieondersteuning4) hun beoogde effect hebben bereikt. Zijn deze ‘rechten’ wel afdoende in de wet- en regelgeving verankerd? Of kunnen we eerder spreken van een ‘Raad zonder raadgevers’?
Alles overziende, kunnen deze drie vragen ontkennend beantwoord worden. Nee, de wetswijzigingen hebben niet (volledig) het beoogde effect bereikt.
Dit is te wijten aan het gebrek aan een juridisch sluitende verankering in wet- en regelgeving.
Maar spreken van een ‘Raad zonder Raadgevers’ gaat te ver. De praktijk bewijst dat ondanks de gebrekkige juridische onderbouwing de gemeenteraad in de regel wel degelijk kan bouwen en vertrouwen op gedegen ondersteuning vanuit de griffie en – op verzoek – van de reguliere gemeenteambtenaren.
Nu nog die laatste stap zetten, waardoor de rechten zodanig zijn vastgelegd, dat enerzijds de raad sterker staat in het afdwingen van de ondersteuning waar hij recht op heeft en anderzijds voor de gemeenteambtenaar duidelijk is wat er van hem verwacht mag worden bij het verlenen van ambtelijke bijstand en aan wie hij daarover verantwoording verschuldigd is.