Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.1
9.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291127:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In mijn onderzoek onderscheid ik de uitwendige fiscale neutraliteit en de inwendige fiscale neutraliteit. De uitwendige fiscale neutraliteit ziet op de verhouding tussen belastingplichtigen en wordt daarom ook wel aangeduid als de concurrentieneutraliteit. De concurrentieneutraliteit eist dat op soortgelijke goederen of diensten dezelfde btw-druk rust, ongeacht de lengte van de productie- of distributieketen. In dit onderzoek heb ik de concurrentieneutraliteit nader onderscheiden in interne neutraliteit (dezelfde btw-druk op soortgelijke goederen of diensten binnen het grondgebied van een lidstaat) en interneutraliteit (dezelfde btw-druk op soortgelijke goederen of diensten in verschillende lidstaten). De inwendige fiscale neutraliteit ziet op de belastingplichtige zelf en houdt in dat de belastingplichtige zo min mogelijk hinder ondervindt van de btw. Dit betekent dat de aan de belastingplichtige in rekening gebrachte btw in beginsel onmiddellijk en volledig aftrekbaar moet zijn en dat de door de belastingplichtige verschuldigde btw (eenvoudig) moet kunnen worden afgewenteld op de afnemer.
Hierbij neem ik het huidige systeem van de Europese btw tot uitgangspunt. Rigoureuze algemene maatregelen, zoals de inwisseling van alle vrijstellingen voor een nultarief of een verlaagd tarief, laat ik buiten beschouwing. Bovendien zou de inwisseling van alle vrijstellingen voor een nultarief of een verlaagd tarief betekenen dat de ene uitzondering wordt ingewisseld voor de andere.
In dit onderzoek is onderzocht hoe de belastingheffing van vastgoedtransacties in de Europese btw plaatsvindt naar positief recht en hoe zij behoort plaats te vinden naar wenselijk recht. Het begrip ‘vastgoedtransacties’ heeft geen vastomlijnde betekenis. In dit onderzoek ben ik uitgegaan van de volgende definitie: het tegen vergoeding overdragen, overgaan of verlenen van een exclusief gebruiksrecht op een (gedeelte van een) gebouw en van het bijbehorend terrein of een onbebouwd terrein. Het positieve recht dat in het kader van dit onderzoek is onderzocht betreft de Btw-richtlijn, de Btw-uitvoeringsverordening en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie. Het positieve recht is – waar relevant – beoordeeld op zijn wenselijkheid aan de hand van de wezenlijke kenmerken van de Europese btw: het beginsel van algemene heffing, het fiscale neutraliteitsbeginsel1 en het rechtskarakter van de btw. Voor zover sprake is van een inbreuk op de wezenlijke kenmerken van de btw, is – waar dat relevant kan zijn – tevens getoetst of hiervoor op grond van het beginsel van doelmatigheid en/of het formele rechtszekerheidsbeginsel een afdoende rechtvaardiging bestaat. Het positieve recht is op grond van dit toetsingskader voor verbetering vatbaar indien het afwijkt van de wezenlijke kenmerken van de Europese btw en hiervoor geen (afdoende) rechtvaardiging is te vinden in het beginsel van doelmatigheid en/of het formele rechtszekerheidsbeginsel.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In de paragrafen 9.2 tot en met 9.5 geef ik weer hoe de belastingheffing van vastgoedtransacties in de Europese btw plaatsvindt naar positief recht en of en, zo ja, in hoeverre die behandeling strookt met het wenselijk recht. Daarnaast doe ik in de paragrafen 9.3 tot en met 9.5 aanbevelingen om de geconstateerde kloof tussen de belastingheffing van vastgoedtransacties naar positief en wenselijk recht te verkleinen.2 Bij die aanbevelingen zal waar dat relevant kan zijn ook aandacht worden besteed aan de belastingheffing ter zake van vastgoedtransacties in Australië en Nieuw-Zeeland, twee landen met een moderne btw, en wat de Europese btw hiervan kan leren. In paragraaf 9.6 wordt dit hoofdstuk afgerond met enkele slotopmerkingen.