Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/2.1
2.1 Begrippenkader
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386849:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Prins & Gijrath 2000, p. 6.
Zie Siemerink 2001 A.
Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, PbEG L178 van 17 juli 2000 (Richtlijn inzake elektronische handel).
Aanpassingswet inzake elektronische handel, Stb. 2004, 210, Wet van 13 mei 2004, die op 30 juni 2004 in werking is getreden. Aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PbEG L 178).
De meeste aanbieders van internet zullen zich eenvoudig presenteren als Internet Service Providers, maar dat zegt nog niets over het type diensten dat zij aanbieden.1 De benoeming van en het onderscheid tussen de verschillende soorten internetproviders zijn niet altijd even duidelijk.2
Dit hoofdstuk gaat in op de verschillende functies van Internet Service Providers en de verschillende diensten die zij aanbieden. Het internet valt uiteen in talloze netten en dienstenaanbieders die met elkaar en met de gebruikers volgens bepaalde standaarden communiceren. De communicatie is divers: openbaar (gericht tot een ongenoemde groep personen), vertrouwelijk (e-mail) en tussenvormen (abonnees op tijdschriften); beeld, geluid (stem en muziek) en tekst; commercieel (aanbod van goederen en diensten), politiek (discussieonderwerpen die het publiek debat beheersen) of persoonlijk. Het begrip 'ISP' en de begrippen 'functies en diensten van een ISP' ten behoeve van dit onderzoek worden opgehelderd. Ik doe dat aan de hand van relevante literatuur, regelgeving en een praktijkstudie.
De opbouw van het hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op het begrip Internet Service Provider (ISP). Eerst behandel ik de Nederlandse juridische literatuur, vervolgens ga ik in op het onderscheid dat wordt gemaakt in de Europese Richtlijn inzake elektronische handel3 en de Nederlandse Aanpassingswet inzake elektronische handel.4 In paragraaf 2.3 volgt een indeling van functies en diensten van ISP's. Deze indeling zal als begrippenkader dienen in het verdere onderzoek. In paragraaf 2.4 wordt het hoofdstuk afgesloten met een conclusie.