25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/3.2:3.2 Het geschil als gejuridiseerd conflict
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/3.2
3.2 Het geschil als gejuridiseerd conflict
Documentgegevens:
prof. mr. D. Allewijn, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. D. Allewijn
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie mijn oratie D. Allewijn, Tussen recht en vrede, mediation in de responsieve rechtsstaat, Den Haag: Sdu 2018.
Tenzij ze partijen thuis opzoeken zoals Schueler deed. Dan zie je: ‘Ze hebben ruzie’.
M. Pel, ‘Belangen in de strijd en in de tijd, belangenbehartiging in de dagelijkse praktijk’, in: M. Pel & J.H. Emaus (red.): Het belang van belangen, Den Haag: Sdu 2007, p. 95 e.v.
D.H.D. Mac Gillavry, Handboek Mediation, Den Haag: Sdu 2009, p. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie 25 jaar geleden de woorden ‘het onderliggende conflict’ in het juridisch domein zou hebben gebezigd, zou louter onbegrip hebben geoogst. De begrippen ‘onderliggend conflict’, ‘onderliggende belangen’ of ‘achterliggende belangen’ hebben inmiddels, ongetwijfeld dankzij de opmars van mediation in de afgelopen 25 jaar, een plaats gekregen in het juridisch discours.1 De gedachte is als volgt: twee partijen hebben een meningsverschil, bijvoorbeeld over de vraag of een bestuursbesluit al dan niet rechtmatig is. Of zij hebben tegengestelde belangen, bijvoorbeeld bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning. Dit enkele meningsverschil of deze enkele belangentegenstelling vormt geen reden om een rechtszaak te beginnen. Partijen kunnen het meningsverschil oplossen, bijvoorbeeld door samen een expert te raadplegen, of zij kunnen hun belangentegenstelling overbruggen, bijvoorbeeld door te onderhandelen. Een conflict ontstaat, wanneer ten minste een van beiden het gevoel krijgt, dat de ander hem dwarsboomt. Het gevoel te worden gedwarsboomd leidt tot een defensieve reactie, die leidt ook weer tot een reactie, en zo ontstaat een patroon van actie- en reactie, dat we conflictescalatie noemen. Een conflict bestaat dus (vrijwel) altijd uit een meningsverschil of belangentegenstelling, gecombineerd met emotionele uitingen of emotie-gestuurde gedragingen. Dat kunnen uitbundige uitingen of gedragingen zijn (warm conflictgedrag), maar ook ingehouden uitingen of gedragingen (koud conflictgedrag).
Tot het conflictgedrag behoort het positie innemen, het zich op standpunten stellen, en het, alsmaar, beargumenteren van die standpunten. Er ontstaat een geschil. De strijd gaat zich meer en meer concentreren op de vraag wie daarin het gelijk aan zijn zijde heeft. Inhoudelijk adviseurs en juridisch adviseurs worden ten tonele gevoerd. Niet zozeer om uit te zoeken hoe het zit, maar om te helpen ‘winnen’. In dit juridiseringsproces van conflict naar geschil wordt de emotionele laag er weer uit gefilterd. Voor de vraag wie inhoudelijk gelijk heeft, doen de onderliggende emoties er immers niet toe: alleen zakelijke argumenten tellen. En zo komt het, dat een gejuridiseerd geschil eerder lijkt op een meningsverschil dan op het onderliggende conflict. Veel juristen reageren aanvankelijk dan ook ongelovig op de stelling dat aan de meeste rechtszaken een conflict met emotionele lading ten grondslag ligt.2 Totdat zij partijen uitnodigen hun geschil bij te leggen of door onderhandelingen te overbruggen. Dan blijkt, bij een hoge escalatiegraad, dat het partijen al lang niet meer om de inhoud te doen is, maar om ‘het principe’. Van de ander winnen (althans: niet van hem verliezen) is in hoog geëscaleerde geschillen letterlijk van het grootste belang geworden. Het is een erekwestie. Gezichtsbehoud is het voornaamste belang.
Over het onderscheid tussen conflict en geschil is nog het volgende te vermelden: een conflict is vloeiend, het meandert, verandert van gedaante en van kracht.3 Het geschil daarentegen is statisch. De vraag naar de houdbaarheid van een bestreden besluit blijft, zeker bij een ex nunc toetsing, door de jaren heen dezelfde vraag. Een geschil wordt beëindigd door een gezaghebbend woord over de vraag wie het gelijk aan zijn zijde heeft. Een conflict wordt niet beëindigd door het aanwijzen van een winnaar en een verliezer, maar door de erkenning en waardering van de onderlinge verschillen.4