Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/3.4.2
3.4.2 De enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250399:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
E.C.A. Nass 2019, p. 12.
Beckman 1995b, p. 85 en 92-93, Assink/Slagter 2013/140.3, A.G.S. Nass & E.C.A. Nass 2014, p. 736 en E.C.A. Nass 2019, p. 12. Zie ook Houwen, Schoonbrood-Wessels & Schreurs 1993, p. 826-828, waar wordt opgemerkt dat de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij niet alle functies overneemt van de jaarrekening van de 403-maatschappij.
A.G.S. Nass & E.C.A. Nass 2014, p. 736 en E.C.A. Nass 2019, p. 12.
E.C.A. Nass 2019, p. 12.
A.G.S. Nass & E.C.A. Nass 2014, p. 736.
Naar huidig recht zijn dit: de instemmingsverklaring, de geconsolideerde jaarrekening met accountantsverklaring en bestuursverslag, en de 403-verklaring. Zie art. 2:403 lid 1 sub g jo. sub b, sub d, sub e en sub f BW. Hieraan moet naar mijn mening de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij worden toegevoegd.
E.C.A. Nass 2019, p. 124.
Uit bovengenoemde uitleg van de compensatie van de crediteuren van een 403-maatschappij volgt dat het voor hen van belang is dat zij de mogelijkheid hebben om te schatten hoe groot het risico is dat de moedermaatschappij de vordering op grond van de 403-verklaring niet (volledig) zal voldoen. Als de 403-maatschappij geen gebruik zou maken van de jaarrekeningvrijstelling zouden de crediteuren aan de hand van haar enkelvoudige jaarrekening kunnen schatten hoe groot het risico is dat de 403-maatschappij de vordering niet (volledig) zal voldoen. Voor een vergelijkbaar inzicht met betrekking tot het risico dat de moedermaatschappij de vordering op grond van de 403-verklaring niet (volledig) zal voldoen, zou een crediteur de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij moeten kunnen inzien. Op grond van art. 2:403 BW is echter alleen vereist dat de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij is gedeponeerd bij het handelsregister en niet (ook) haar enkelvoudige jaarrekening. In de praktijk levert dit overigens doorgaans geen bezwaar op voor de crediteuren. Ik kom hier later in deze paragraaf op terug.
In de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij zijn de financiële gegevens van de diverse groepsmaatschappij als een geheel opgenomen, ook van groepsmaatschappijen voor wie de moedermaatschappij zich niet op grond van een 403-verklaring aansprakelijk heeft gesteld. Daarnaast zijn uit de geconsolideerde jaarrekening eventuele waarborgverplichtingen tussen de groepsmaatschappijen onderling niet op te maken.1 De enkelvoudige jaarrekening bevat daarentegen alleen de gegevens van de moedermaatschappij zelf. Om die reden kan uit de enkelvoudige jaarrekening – in tegenstelling tot uit de geconsolideerde jaarrekening – onder meer de liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit van de moedermaatschappij worden opgemaakt. De informatie in de enkelvoudige jaarrekening stelt een crediteur dus beter in staat om te schatten hoe groot het risico is dat de moedermaatschappij de vordering op grond van de 403-verklaring niet (volledig) zal voldoen, dan de informatie in de geconsolideerde jaarrekening.2
Dat op grond van art. 2:403 BW niet is vereist dat de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij is gedeponeerd bij het handelsregister, zal overigens bij een Nederlandse moedermaatschappij geen groot bezwaar zijn. Nass en Nass wijzen erop dat een Nederlandse moedermaatschappij krachtens art. 2:394 BW verplicht is om haar enkelvoudige jaarrekening openbaar te maken.3 Een crediteur van de 403-maatschappij kan om die reden alsnog de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij inzien. Om deze jaarrekening in te zien, moet de crediteur bij het handelsregister wel de informatie over de moedermaatschappij opvragen in plaats van over de 403-maatschappij.4 In het geval van een buitenlandse moedermaatschappij ligt dit echter anders. Nass en Nass merken op dat de verplichting ex art. 2:394 BW niet geldt voor een moedermaatschappij naar buitenlands recht. Dit betekent dat het afhankelijk is van het op de buitenlandse moedermaatschappij toepasselijke recht, of deze al of niet verplicht is om een enkelvoudige jaarrekening openbaar te maken. Het is mogelijk dat een moedermaatschappij naar buitenlands recht hier niet toe is gehouden. Daarnaast geldt dat als een buitenlandse moedermaatschappij op grond van het op haar toepasselijke recht een enkelvoudige jaarrekening moet deponeren, de crediteuren van de 403-maatschappij deze jaarrekening moeten opvragen bij het equivalent van het Nederlandse handelsregister van het desbetreffende land. Dit zal voor de meeste crediteuren geen eenvoudige opgave zijn.
Om ervoor te zorgen dat crediteuren altijd eenvoudig inzicht kunnen hebben in de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij zou art. 2:403 BW naar mijn mening op twee plekken moeten worden gewijzigd. Evenals Nass en Nass meen ik dat de deponering van de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij als constitutief vereiste voor het gebruikmaken van de jaarrekeningvrijstelling door de 403-maatschappij aan art. 2:403 BW moet worden toegevoegd.5 Om er daarnaast voor te zorgen dat een crediteur deze enkelvoudige jaarrekening kan inzien als hij bij het handelsregister de informatie over de 403-maatschappij opvraagt, deel ik de mening van Nass dat in art. 2:403 lid 1 sub g BW moet worden opgenomen dat de 403-maatschappij de in art. 2:403 BW genoemde stukken6 moet deponeren.7 Deze laatste wijziging sluit aan bij het vereiste ex art. 37 lid 4 en lid 7 van de richtlijn jaarrekeningen. Overigens merk ik op dat als art. 2:403 BW op de genoemde wijze wordt aangepast en een 403-maatschappij verplicht is om de enkelvoudige jaarrekening van de moedermaatschappij te deponeren als zij gebruik wil maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, dit geen afbreuk doet aan een op de moedermaatschappij rustende verplichting om deze jaarrekening zelf te deponeren volgens het op haar van toepassing zijnde jaarrekeningregime.