Gst. 2025/127
Vorderingen tot intrekken van beroep bij de bestuursrechter tegen vergunningen. Burgerlijke rechter is bevoegd op grond van art. 112 Grondwet. Vordering is niet niet-ontvankelijk omdat de rechtsgang bij de bestuursrechter onvoldoende rechtsbescherming biedt. Het instellen van beroep bij de bestuursrechter tegen vergunningen is een grondrecht en levert slechts misbruik van bevoegdheid op wanneer dat beroep evident kansloos is.
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:560, m.nt. G.A. van der Veen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/00491
- Noot
G.A. van der Veen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36460:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:560, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1406, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Vorderingen tot intrekken van beroep bij de bestuursrechter tegen vergunningen. Burgerlijke rechter is bevoegd op grond van art. 112 Grondwet. Vordering is niet niet-ontvankelijk omdat de rechtsgang bij de bestuursrechter onvoldoende rechtsbescherming biedt. Het instellen van beroep bij de bestuursrechter tegen vergunningen is een grondrecht en levert slechts misbruik van bevoegdheid op wanneer dat beroep evident kansloos is.
Samenvatting
De burgerlijke rechter is op grond van art. 112 lid 1 Grondwet bevoegd om van alle geschillen betreffende burgerlijke rechten kennis te nemen. Wanneer een andere rechter bevoegd is kennis te nemen van een geschil, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.