De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.5:5.5 Conclusie
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS383203:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is ingegaan op de beëindiging van 5P-overeenkomsten en zijn de algemene voorwaarden van ISP's onderzocht die betrekking hebben op beëindiging van een ISP-overeenkomst door de klant of ISP. Beëindigen is het verzamelbegrip voor opzeggen en ontbinden. ISP-overeenkomsten bevatten expliciete bepalingen die betrekking hebben op het einde van de overeenkomst. Daarbij wordt dikwijls geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen ontbinding en opzegging, ondanks het feit dat deze rechtsfiguren zowel qua aard als wat betreft hun rechtsgevolgen verschillen. Opschorting kan een aanleiding zijn tot beëindiging van de overeenkomst.
De meeste ISP's bepalen dat onder bepaalde voorwaarden de overeenkomst door middel van opzegging door elk der partijen eenzijdig kan worden beëindigd, met instandhouding van wat á ter uitvoering van de overeenkomst is verricht. Zowel de klant als de ISP hebben dan opzeggingsbevoegdheid. Een ISP-overeenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd kan door opzegging eenzijdig worden beëindigd. Een aantal ISP's bepaalt dat de overeenkomst aangegaan voor een bepaalde termijn van een jaar niet tussentijds kan worden opgezegd tenzij er sprake is van onvoorziene omstandigheden. Dit is een gangbare situatie bij abonnementsovereenkomsten en redelijk op grond van de wet, maar bij 5P-overeenkomsten niet wenselijk. Een 5P-overeenkomst aangegaan voor een bepaalde termijn kan na verstrijken van de termijn stilzwijgend worden verlengd met telkens maximaal een jaar. Wenselijk is dan dat de overeenkomst steeds opzegbaar is. Een klant kan een 5P-overeenkomst zonder reden en motivering opzeggen. In sommige gevallen verzoekt de ISP zijn klant om de opzegging te motiveren. Het staat een klant vrij om aan dit verzoek te voldoen. De ISP die de bevoegdheid bedingt de overeenkomst op te zeggen, dient de opzeggingsgronden op te sommen in de algemene voorwaarden. Hierbij geldt bovendien dat deze gronden de opzegging moeten rechtvaardigen en als opzeggende partij dient de ISP de opzegging altijd aan de klant te motiveren. Bij de meeste ISP's moet voor opzegging een opzegtermijn in acht worden genomen, deze mag niet langer zijn dan drie maanden. Doorgaans kan alleen tegen het einde van de maand worden opgezegd. Een advies aan de ISP's is om altijd een redelijke opzegtermijn in hun algemene voorwaarden op te nemen. Meestal kan uitsluitend schriftelijk worden opgezegd, soms ook per fax of e-mail. Een ISP-overeenkomst die elektronisch via internet is aangegaan kan dus niet altijd elektronisch worden opgezegd. Onduidelijkheid over wanneer er precies is opgezegd, wanneer de ISP-overeenkomst precies eindigt en wanneer er tijdig is opgezegd vermijdt een ISP door aan de opzeggingsbevoegdheid vormvereisten te stellen en een opzegtermijn te hanteren. Een beding dat opzegging door de klant per aangetekende brief vereist is onredelijk bezwarend. Een ISP kan opzegging niet als sanctiemiddel hanteren indien een klant zich niet gedraagt conform de hem door zijn ISP opgelegde gedragsregels; als sanctie kan dan gebruik worden gemaakt van ontbinding.
De uitvoering van de ISP-overeenkomst kan door de ISP worden opgeschort indien de klant niet voldoet aan de bepalingen van het aanvraagformulier, de kredietwaardigheid van de klant twijfelachtig is of de klant zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Samenhang tussen vordering en verbintenis moeten de opschorting rechtvaardigen, anders is opschorting niet mogelijk. De opschortingsgronden dienen zodoende duidelijk te zijn. ISP's breiden hun opschortingsrechten nogal eens uit in strijd met art. 6:236 sub c BW, in veel gevallen wordt echter voldoende met de belangen van een klant rekening gehouden. Op een ISP rust de zorgplicht om over voldoende capaciteit voor zijn klanten te beschikken, zodat de klanten de diensten kunnen gebruiken. De capaciteit van een ISP is echter niet door een klant na te gaan. Het (tijdelijk) ontzeggen dan wel beperken of uitvallen van toegang zal daarom in veel gevallen onredelijk bezwarend zijn. Een ISP dient, indien mogelijk, de klant van tevoren op de hoogte te stellen van zijn voornemen om de overeenkomst op te schorten. De rechtsgevolgen die een opschorting met zich meebrengt zijn dat de klant zijn vergoeding verschuldigd blijft en door partijen wordt geen afstand gedaan van enig recht. Zodra een klant alsnog aan zijn verplichtingen voldoet en zich houdt aan bepaalde voorwaarden kan een ISP overgaan tot heringebruikstelling.
Een 5P-overeenkomst kan door zowel klant als ISP door middel van ontbinding worden beëindigd. De in ISP-overeenkomsten genoemde gronden voor een klant om de overeenkomst te ontbinden zijn een ISP die zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, gerede twijfel over de kredietwaardigheid van de ISP en gewijzigde omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maken. De genoemde gronden waarop de ISP de overeenkomst kan opschorten worden ook genoemd voor ontbinding. Daarnaast zijn de genoemde gronden waarop de ISP de overeenkomst kan ontbinden gewijzigde omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk maken en overmacht van de ISP. De gronden voor ontbinding dienen duidelijk te zijn vermeld in de algemene voorwaarden en van zodanig gewicht te zijn dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. ISP's breiden hun ontbindingsrechten uit in strijd met art. 6:237 sub d BW. ISP's noemen gronden die niet van zodanig gewicht zijn en daarom gebondenheid nog steeds van de ISP kan worden gevergd, bijvoorbeeld wanneer een klant gedurende een bepaalde tijd geen gebruik maakt van de diensten. Soms regelen ISP's opschorting en ontbinding in hetzelfde artikel zodat voor opschorting en ontbinding dezelfde gronden worden vermeld. De ISP zal dan op grond van de omstandigheden van het geval moeten beoordelen of opschorting dan wel ontbinding een redelijk middel is. In de meeste gevallen wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van de klant. ISP's regelen niet expliciet iets over het motiveren van een opschorting dan wel ontbinding, maar geven een klant meestal eerst een waarschuwing of stellen de klant voortijdig in kennis.
ISP's kunnen het opschorten c.q. ontbinden van de ISP-overeenkomst ook als sanctiemiddel hanteren indien een klant in strijd handelt met de algemene voorwaarden. De ISP moet de klant voorzover mogelijk van te voren op de hoogte stellen van het opleggen van een sanctie. Of een sanctie redelijk is, zal altijd afhankelijk zijn van de omstandigheden van het betreffende geval. Een ISP zal steeds een redelijke afweging moeten maken voordat hij een bepaalde sanctiemaatregel gaat toepassen. De bevoegdheid tot opschorting is op zijn plaats als de ISP een redelijk vermoeden van misbruik heeft. De bevoegdheid tot ontbinding voor een vermoeden dat de klant in strijd handelt met één van de bepalingen is onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW. Een ISP kan zijn klant geen sanctie opleggen wanneer een klant niet voldoet aan gedragsnormen die zijn opgenomen in een gedragscode die geen onderdeel uitmaakt van de ISP-overeenkomst wanneer de klant deze niet heeft aanvaard. Een boetebeding als sanctiebepaling in een ISP-overeenkomst is per definitie onredelijk bezwarend gezien de aard en de overige inhoud van een ISP-overeenkomst.
De meeste rechtsgevolgen die de ISP's opsommen inzake beëindiging van de overeenkomst zijn redelijk: de algemene voorwaarden blijven de betrekking beheersen om een goede afwikkeling te bewerkstelligen, de vorderingen worden door ontbinding volledig opeisbaar, de klant dient de openstaande vergoedingen alsnog te voldoen en wanneer hij een kabelmodem heeft gehuurd dient de klant deze te retourneren. Het is redelijk gezien de beperktheid van de serie nummerreeksen van de ISP om de domeinnaam op te zeggen en daarmee het nummer vrij te krijgen voor een andere domeinnaam bij beëindiging van de 5P-overeenkomst. Het is onredelijk bezwarend wanneer een ISP na beëindiging van de 5P-overeenkomst gegevensbestanden van klanten behoudt. De door de ISP ter beschikking gestelde software kan bij beëindiging van de 5P-overeenkomst niet worden vernietigd, maar slechts van de PC van de klant worden verwijderd. Een e-mail-adres blijft bij beëindiging van een 5P-overeenkomst in eigendom van de ISP. Het is niet aannemelijk dat een ISP rechthebbende kan zijn van een gebruikersnaam die enkel bestaat uit een combinatie van cijfers en letters zonder dat zijn eigen merk- c.q. handelsnaam daarin is verwerkt. Er is voor de klant geen mogelijkheid tot restitutie van vergoedingen. Wanneer de overeenkomst is beëindigd, is de klant gerechtigd om een nieuwe overeenkomst met een ISP aan te gaan. Het is dan aan de ISP om het aanbod te aanvaarden.