V-N 2025/55.20
Straf voor grootschalige LB-fraude moet opnieuw worden beoordeeld vanwege onbegrijpelijk gehanteerd benadelingsbedrag
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1785, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Borgers, Van Strien, Trotman
- Zaaknummer
23/03410
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD37550:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1785, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:946, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑12‑2023
- Wetingang
art. 69 lid 2 AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het in aanmerking genomen benadelingsbedrag tot stand is gekomen. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het hof, opdat de zaak ten aanzien van de strafoplegging opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Samenvatting
X leent door middel van vier BV’s Poolse uitzendkrachten uit aan Nederlandse bedrijven. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden hebben deze BV’s onjuiste en/of onvolledige LB-aangiften gedaan en X heeft feitelijk leidinggegeven aan deze grootschalige fraude. Bij het onderzoek van de FIOD en de Belastingdienst zijn veel meer aangiften betrokken dan uiteindelijk in de tenlastelegging zijn opgenomen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.