Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.10.3.1:18.10.3.1 De casus
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.10.3.1
18.10.3.1 De casus
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406940:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De luchtvaartmaatschappij Air Holland kende sinds haar start in 1984 een turbulent bestaan; het bedrijf failleerde maar liefst drie keer. De hier besproken zaak vloeit voort uit het tweede faillissement en betreft de poging van de curatoren om rechtshandelingen in het kader van een herstructurering aan te tasten.
De Air Holland groep was oorspronkelijk als volgt vormgegeven: Air Holland Finance BV (Finance) was enig aandeelhouder van Air Holland NV (AH). AH hield op haar beurt alle aandelen in Air Holland Charter BV (Charter) die weer alle aandelen hield in onder meer Air Holland Leasing I BV (Leasing). In 1996 besloten de aandeelhouders van Finance tot een wijziging van de juridische structuur van de groep. Dit hield onder meer in dat Charter haar aandelen in Leasing aan haar moeder AH zou verkopen. De aandeelhouders van Finance namen het principebesluit tot de verhanging in februari 1996. Pas in maart 1997 werd tussen AH en Charter de daartoe strekkende koopovereenkomst gesloten. Op dezelfde dag besloot AH in haar hoedanigheid van aandeelhouder tot een dividenduitkering van Charter ter hoogte van de koopsom. In maart 1998 droeg Charter haar aandelen in Leasing over aan AH. De koopprijs die AH aan Charter verschuldigd was, werd verrekend met haar dividendvordering op Charter (zie figuur 3).
Figuur 3
De prijs van de aandelen in Leasing was grotendeels gebaseerd op de boekwaarde van het belangrijkste actief op haar balans, te weten een vliegtuig. Na de verhanging verkocht Leasing dit vliegtuig aan een derde (D). De gehele opbrengst van de verkoop werd vervolgens door Leasing aangewend voor een renteloze lening aan Charter. Op deze lening werd nooit afgelost (zie figuur 4).
Figuur 4