Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.8.4
6.8.4 Adviesrecht
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687236:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
R.M. Beltzer en R. Biezeveld, De pensioenvoorziening als bindmiddel, Amsterdam: Uitgeverij Aksant 2004, p. 185; E. Lutjens, ‘Medezeggenschap bij pensioenfondsen’, S&V 1990, p. 12. Lutjens meende hier wel dat de deelnemersraad te scharen valt onder de interne verhoudingen van de rechtspersoon.
Kamerstukken II 2005/06, 30413, nr. 3, p. 293. Volgens P.S. van Straten, ‘Het civielrechtelijke toepassingsbereik van de evenwichtige belangenbehartiging’, TPV 2020/2, is een verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan dus niet rechtsbevoegd op grond van artikel 2:15 BW.
E. Lutjens, ‘Medezeggenschap bij pensioenfondsen’, S&V 1990, p. 12; V. Gerlach, ‘De procederende deelnemersraad’, TRA 2012/25.
In Hof Amsterdam (OK) 16 mei 2011, ARO 2011/93, PJ 2001/92), m.nt. L.H. Blom, Ondernemingsrecht 2011/119, m.nt. H. Koster (Deelnemersraad Pensioenfonds Fluor Nederland/Pensioenfonds Fluor Nederland) wordt er een beroep gedaan op vernietigbaarheid ex artikel 2:15 BW, maar komt de OK niet toe aan de beoordeling hiervan. In r.o. 3.11 staat wel een overweging over de procesbevoegdheid, die ook wordt aangehaald in Rb. Den Haag 9 december 2020, PJ 2021/22, m.nt. E. Lutjens (Verantwoordingsorgaan Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel/Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel).
J.J.M. Maeijer, ‘Het belangenconflict in de onderneming-vennootschap: rechtsmiddelen en jurisprudentie’, in: C.D.J. Bulten e.a., Verspreide geschriften van J.J.M. Maeijer, Kluwer: Deventer 2009, p. 234; J.M.M. Maeijer in: Asser/Maeijer & Van der Ingh 2-III 2000/544; J. Roest, Medezeggenschap van werknemers bij financieel-economische besluiten, Deventer: Kluwer 1996, p. 37-38. J.J.M. van Mierlo, Medezeggenschap en de spanning tussen WOR en ondernemingsrecht, Deventer: Kluwer 2013, p. 324-327, zag echter nog wel ruimte voor een beroep op strijd met de redelijkheid en billijkheid. Ook sommige rechtspraak lijkt hier wel ruimte voor te zien: Rb. Arnhem 20 juli 2005, JOR 2005/262 (Vorstenburg/Heijmans) en Rb. Haarlem (pres.) 19 februari 1988, KG 1988/133 (OR Ziekenhuis De Heel/Ziekenhuis De Heel). Vergelijk ook Rb. Midden-Nederland (vzr.) 23 december 2021, JOR 2022/114, m.nt. K.A.M. van Vught (eisers/gedaagde).
I. Zaal, De reikwijdte van de medezeggenschap, Deventer: Kluwer 2014, p. 80-84.
Tot slot het adviesrecht van het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan. Door meerdere auteurs1 is – overigens ten aanzien van een tijdperk toen het beroepsrecht bij de OK nog niet bestond – gesteld dat de deelnemersraad een beroep kan doen op de vernietigbaarheid van artikel 2:15 BW. Opmerkelijk is dat in de wetsgeschiedenis van de Pw de wetgever erkende dat het niet opvolgen van een advies zowel kennelijk onredelijk kan zijn, als in strijd kan komen met artikel 2:8 BW, maar dat een deelnemersraad nu eenmaal geen rechtsbevoegdheid toekwam om een vordering in te stellen ex artikel 2:15 BW.2 In de literatuur is (ook door mijzelf) hier nu juist de vergelijking getrokken met de OR, die wel procesbevoegdheid heeft als dat van belang is van en wenselijk is voor een doelmatige vervulling van de wet.3 Gezien de wetsgeschiedenis en de procesbevoegdheid die inmiddels ook in de rechtspraak is erkend, is samenloop voor het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan daardoor denkbaar.4 Ten aanzien van de OR is echter de heersende leer dat de bijzondere rechtsgangen in de WOR in de weg staan van een beroep op artikel 2:15 BW,5 althans dat een beroep daarop alleen mogelijk is bij schending van medezeggenschapsrechten die niet onder die bijzondere rechtsgangen vallen.6 Het is goed denkbaar dat dit in gelijke mate geldt voor het verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan. Zo meende de wetgever, overigens zonder overwegingen ten aanzien van rechtsbevoegdheid, dat bij schending van het goedkeuringsrecht van het belanghebbendenorgaan een beroep op artikel 2:15 BW mogelijk is.7 Het ontbreken van goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur echter niet aan (artikel 115c lid 10 Pw).