Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.4.2.3
5.4.2.3 Omzetting volgens de werkgroep-Van Olffen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586889:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 33 leden 1 en 2.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 6 lid 2 jo. art. 7 leden 3, 4 en 5; concept-MvT, p. 77/78.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 33 lid 3.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 123; zie ook concept-voorstel, art. 14 lid 2 (unanimiteit vereist voor besluiten van de vennoten), dat op grond van art. 2 van regelend recht is.
Voor kritische vragen hierover, zie ook Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2016, p. 3-5 en p. 8. Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 77/78.
Volgens Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 79 kunnen ‘overdracht van activa en passiva en overneming van overeenkomsten’ achterwege blijven.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 33 lid 2, rapport, p. 18 en concept- MvT, p. 64.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 78.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 34 (omzetting) jo. art. 26 (uittreedvergoeding). Bij omzetting in een NV is tevens een accountantsverklaring vereist.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 35. Bij omzetting van een NV is art. 2:100 BW van overeenkomstige toepassing.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 36. Een dergelijk beklemd vermogen ontstaat ingevolge art. 2:18 lid 6 BW bij omzetting van een stichting in een andere soort rechtspersoon, indien de stichting op het moment van die omzetting eigen vermogen heeft.
Het voorstel van de werkgroep-Van Olffen kent zeven soorten personenvennootschap: de stille vennootschap, drie soorten openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap, VOF, CV) en drie soorten openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (eveneens maatschap, VOF, CV). Een personenvennootschap kan ‘zich wijzigen’ in een andere soort personenvennootschap. Een dergelijke wijziging beëindigt het bestaan van de vennootschap en in voorkomende gevallen haar hoedanigheid van rechtspersoon niet, aldus de werkgroep.1 De werkgroep vermijdt hierbij de term ‘omzetting’.
Bij wijziging van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid in een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid, gaat al wat behoort tot de vennootschappelijke gemeenschap onder algemene titel over op de rechtspersoon, met dien verstande dat goederen die worden geleverd bij notariële akte eerst overgaan nadat aan de voor levering daarvan vereiste voorschriften is voldaan. Zolang daaraan niet is voldaan zijn op de desbetreffende gemeenschappelijke goederen enkele regels inzake de openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid van toepassing.2 Na wijziging blijven de vennoten voor oude schulden op dezelfde voet aansprakelijk als voor de wijziging.3 Voor een dergelijke ‘wijziging’ moet de overeenkomst van vennootschap worden gewijzigd. Hiervoor is de instemming van alle vennoten nodig, tenzij anders overeengekomen. Ook moet worden voldaan aan de materiële kenmerken van de soort vennootschap waarin wordt gewijzigd.4
Stel, een stille vennootschap wijzigt zich in een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Welke vermogensbestanddelen daarbij precies overgaan, maakt de werkgroep niet duidelijk.5 Zo rijst de vraag of er ook andere bestanddelen dan goederen en schulden overgaan. Het lijkt erop dat de werkgroep voor ogen heeft dat als twee stille vennoten samen iets hebben gehuurd of samen een kredietfaciliteit hebben afgesloten, zonder erbij te zeggen dat zij dit als stille vennoten deden, zij hun rechtsposities eenvoudig kunnen doen overgaan op een rechtspersoon.6 Volgens mij is dit tegenover de verhuurder of kredietgever niet gerechtvaardigd, nu die met de vennoten persoonlijk hebben gecontracteerd, niet met een afzonderlijk rechtssubject. De werkgroep spreekt over continuering van het ‘bestaan’ en de ‘identiteit’ van de vennootschap,7 maar lijkt over het hoofd te zien dat derden met het bestaan van die vennootschap mogelijk onbekend zijn en dat jegens hen die ‘vennootschap’ dus ook niet als contractspartij kan gelden.
Een hiermee verwante kwestie betreft BV-aandelen. Stel, twee broers verwerven een pakket BV-aandelen, zonder aan de medeaandeelhouders te melden dat zij dit in stille vennootschap doen. Vervolgens wijzigen zij hun stille vennootschap in een openbare en schrijven zij de vennootschap in bij de Kamer van Koophandel. De vennootschap wordt daardoor rechtspersoon; de BV-aandelen dienen nu volgens de werkgroep aan die rechtspersoon te worden geleverd. Volgens de werkgroep betreft het geen overdracht;8 beperkingen van de overdraagbaarheid die voor de BV-aandelen gelden (de blokkeringsregeling) blijven buiten toepassing. De broers kunnen nu derden laten toetreden tot hun openbare vennootschap en zelf uittreden, en daardoor de BV-aandelen op de derden laten ‘overgaan’. Zonder instemming van de medeaandeelhouders. Volgens mij is dit ten opzichte van de medeaandeelhouders niet gerechtvaardigd, omdat die toen de broers de BV-aandelen verwierven erop mochten vertrouwen dat zij dat in een persoonlijke hoedanigheid deden.
In het voorstel van de werkgroep kan een openbare vennootschap zich omzetten in een BV, NV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij. Hiervoor zijn vereist een daartoe strekkende overeenkomst en een notariële akte van omzetting. Een vennoot die niet heeft ingestemd met de omzetting, kan binnen een maand opzeggen, met recht op een uittreedvergoeding.9 Omzetting in omgekeerde richting kan ook. In dit geval zijn vereist: een notariële akte van omzetting, die de overeenkomst van vennootschap moet bevatten, en een besluit tot omzetting, genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot statutenwijziging. Wie als lid of aandeelhouder niet heeft ingestemd met de omzetting, kan binnen een maand opzeggen, met recht op schadeloosstelling.10 Een BV, NV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij met een beklemd stichtingsvermogen kan zich volgens dit voorstel niet in een personenvennootschap omzetten.11