Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/3.8.5
3.8.5 Conclusie: de wisselwerking tussen de ambtshalve toetsing en de uitleg van de norm
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499709:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ktr. Rotterdam 2 augustus 2007, LJN BB6555. In deze uitspraak wordt ten onrechte directe werking aan de richtlijn verleend. De rechter had het beding o.g.v. art. 6:233 onder a buiten werking moeten stellen.
Hof 's-Hertogenbosch 9 januari 2007, LJN AZ5890, r.o. 4.11.2.
Ktr. Leeuwarden 7 mei 2004, LJN A09738.
Ktr. Meppel 12 april 2007, LJN BA2859, r.o. 6.
Ktr. Zaandam 26 juli 2007, LJN BB0005; Ktr. Heerlen 8 oktober 2008, LJN BG4338.
Ook bij een a contrario-redenering is de lijst bepalend: Hof 's-Hertogenbosch 9 januari 2007, LJN AZ5890, r.o. 4.11.2.
Ktr. Heerlen 8 oktober 2008, LJN BG4338.
Ktr. Heerlen 25 juni 2008, LJN BD6924.
Ktr. Leeuwarden 7 mei 2004, LJN A09738 vormt een uitzondering.
Ktr. Rotterdam 2 augustus 2007, LJN BB6555; Ktr. Hoorn 7 september 2009, LJN BK1080, r.o. 13.
Zoals in Ktr. Rotterdam 28 maart 2008, LJN BC8047.
Gevolgen voor de methode van vaststelling van de (onredelijk) bezwarendheid
168. De vergelijking met het wettelijk kader en meer in het bijzonder met de lijsten, inclusief de Europese lijst, op grond waarvan de onredelijk bezwarendheid rechtstreeks wordt aangenomen,1 staat bij de ambtshalve toetsing voorop. Het belang van die lijsten neemt toe door de ambtshalve toetsingsverplichting. Ook opvallend zijn de in de bestudeerde rechtspraak tegengekomen acontrarioredenering2 en precedentwerking.3 De ambtshalve toetsende lagere rechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een soortgelijk beding aan de onredelijk bezwarendheidstoets is onderworpen en redeneert naar analogie. Hij neemt de uitslag van die toets en bijbehorende gezichtspunten over en spiegelt deze aan de i.c. gebleken feiten en omstandigheden. Naast de vergelijking met het wettelijk kader komt ook het opmaken van de inhoudelijke contractsbalans voor. Het gebrek aan een tegenprestatie, het ontbreken van wederzijdse prestaties maakt een beding ook verdacht-4 of zelfs onredelijk bezwarend.5
Gevolgen voor de abstracte dan wel concrete aard van de toets
169. De ambtshalve toetsing betreft naar haar aard altijd individuele zaken. De hoeveelheid bij de ambtshalve toetsing meegewogen omstandigheden blijft doorgaans beperkt. De belangrijke en vaak doorslaggevende rol van de (zwarte en Europese) lijsten6 en van het gezichtspunt 'de aard en de overige inhoud van de overeenkomst' zowel bij de rechtstreekse uitschakeling van het beding7 als bij de toetsing na raadpleging,8 geven de ambtshalve toetsing echter een meer abstract dan concreet karakter. Persoonlijke omstandigheden en de gang van zaken rond de totstandkoming van de overeenkomst spelen nauwelijks een rol.9 In de gevallen waarin hier niet ambtshalve aan wordt getoetst, wordt de Nederlandse open norm juist zeer concreet ingevuld, zo bleek in de vorige paragraaf (par. 3.7).
Toch is de ambtshalve toetsing in sommige gevallen ook concreet van aard. Het terugspelen van de bal bij boetebedingen verschaft de toets soms een concreet karakter. Het peilmoment wordt bijvoorbeeld niet altijd nageleefd in geval van een ruime toets. Bijzondere omstandigheden die zich na de contractssluiting hebben voorgedaan worden een enkele keer bij de ambtshalve toetsing van een beding meegewogen.10In een dergelijk geval zou eigenlijk de uitoefeningstoets of de matiging moeten worden toegepast.11 Concluderend kan worden gesteld dat de individuele toets onder invloed van de ambtshalve toetsingsverplichting een meer abstracte invulling krijgt.